De wet met maatregelen voor de woningmarkt waarmee een nipte meerderheid in de Eerste Kamer in de nacht van dinsdag op woensdag instemde, is een uitvloeisel van het woonakkoord dat al in februari werd gesloten.

De belangrijkste afspraken uit het akkoord op een rij die het kabinet, de regeringspartijen VVD en PvdA en de oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP hebben gemaakt:

- De huren stijgen geen 9 procent, maar maximaal 6,5 procent. Deze maatregel is in juli al ingegaan.

- Huurders die er in inkomsten op achteruit gaan, krijgen onder bepaalde omstandigheden huurverlaging, zo was ook al besloten.

- Corporaties moeten meebetalen om de tekorten van de overheid op te lossen. Deze zogenoemde verhuurdersheffing wordt wel lager dan aanvankelijk de bedoeling was: uiteindelijk 1,7 miljard euro per jaar (in plaats van 2,1 miljard). In het debat is toegezegd dat begin 2016 wordt bekeken welke effecten de heffing heeft. Als die te schadelijk zijn, kan de heffing worden verlaagd. Ook kijkt woonminister Stef Blok naar de mogelijkheden voor een eventueel investeringsfonds, maar daar is vooralsnog maar 70 miljoen euro voor beschikbaar.

- De periode voor hypotheekrenteaftrek blijft maximaal 30 jaar. Huizenkopers krijgen de mogelijkheid een tweede lening af te sluiten tot de helft van de waarde van de woning. De aflossingstermijn voor zo'n tweede lening kan van 30 naar 35 jaar gaan. De rente die daarover wordt betaald, kan echter niet van de belastingen worden afgetrokken.

- De btw op renovaties en verbouwingen gaat van 21 naar 6 procent. Deze maatregel is inmiddels verlengd tot eind 2014.