Bijscholing voor cultuurleraren

Leraren die cultuuronderwijs geven, worden daar beter voor toegerust. Het ministerie van Onderwijs gaat ervoor zorgen dat ze bijgeschoold kunnen worden.

Dat is een van de afspraken die de bewindslieden van Onderwijs, minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker, maandag maken met de PO-raad (de organisatie van het basisonderwijs) en een groot aantal provincies en gemeenten.

Ze zetten hun handtekening onder een overeenkomst waarin staat hoe scholen, overheden en culturele instellingen er de komende tien jaar samen voor zorgen dat leerlingen goed cultuuronderwijs krijgen.

Met de uitgangspunten die de partijen maandag vastleggen, kunnen gemeenten, scholen, musea, theaters en allerlei andere culturele instellingen afspreken hoeveel tijd, geld en middelen ze in de cultuurlessen stoppen.

Voorbeeld is de samenwerking in Leiden tussen twaalf musea zodat leerlingen van de basisschool elk schooljaar één museum bezoeken. In Den Haag geven negentien erfgoedinstellingen samen museumlessen in het basisonderwijs.

Tip de redactie