De overheid creëert ten onrechte het beeld dat in Nederland veel fraude zou worden gepleegd. 

Dat zegt de Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer. Volgens hem valt het met de omvang van de fraude heel erg mee. Hij uitte woensdag dan ook kritiek dat volgende week een overheidscampagne over fraude van start gaat.

Eerder dit jaar werden in een spotje van de Sociale Verzekeringsbank ouderen er al voor gewaarschuwd dat als ze (gaan) samenwonen er bepaalde regels gelden voor de aanvraag voor en het ontvangen van AOW. 

Brenninkmeijer vroeg toen cijfers op. "Ik moest het drie keer narekenen omdat ik het niet geloofde. Maar de fraude kwam neer op 0,0001 procent", zei hij.

Maar bijvoorbeeld ook de fraude met gemeentelijke subsidies of fraude onder studenten valt wel mee. Brenninkmeijer wijst erop dat de opsporing "heel veel kost".

Lege cellen

"98 procent van de burgers deugt. Het gaat eigenlijk heel goed. Ook als je kijkt naar de criminaliteitscijfers, die dalen. Dat geldt in heel Europa. Hier staan gevangenissen leeg", zei hij.

Volgens hem klopt het beeld ook niet dat burgers alleen maar tevreden zijn als ze hun zin krijgen. "Vaak vinden mensen een boete die ze krijgen terecht. Als ze zeggen ontevreden te zijn, komt dat vaak omdat ze zich niet serieus genomen voelen."

Macht

Volgens Brenninkmeijer is "macht" de reden dat de overheid het beeld neerzet. Volgens hem zijn veel overheidsmaatregelen die op dit moment worden genomen "overbodig". Hij wijst bijvoorbeeld op de zogenoemde Bulgarenfraude.

Het ging vanwege een klein lek in het systeem fout, maar "het systeem werkt op zich goed". "Dat geldt ook voor het systeem met het Persoonsgebonden Budget (PGB). We geven een rugzakje hier en een rugzakje daar en dan zijn er een aantal fraudegevallen. Dan zeggen we nu; het systeem is onbetrouwbaar en we gaan het afschaffen."

Ontslag

De ombudsman dient waarschijnlijk op korte termijn officieel zijn ontslag in. Het Europees Parlement stemde woensdag in met zijn voordracht als lid van de Europese Rekenkamer.

Brenninkmeijer zegt dat de meeste gemeenten en uitvoeringsinstanties zijn kritiek en aanbevelingen aannemen. Dat ging voor ministeries niet altijd op. Volgens Brenninkmeijer had dat te maken met "Haagse arrogantie en politieke druk". Ook populisme speelde bij sommige onderwerpen een rol.