Volgens staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) valt het wel mee met de stijging van het aantal leerlingen per leraar, zo maakt hij maandag bekend.

De vakbond Leraren In Actie (LIA) en de Algemene Onderwijsbond (AOb) voeren al een tijdje actie tegen die tendens.

NU.nl interviewde Dekker over het vermeende probleem op de dag dat hij bekend maakt dat het aantal leerlingen per leraar in het afgelopen jaar weliswaar iets is gestegen tot ruim 23 leerlingen, maar dat slechts 6 procent van de klassen meer leerlingen heeft dan dertig.

Wat kwalificeert nu een grote klas?

"Dat lijkt een hele recht toe, recht aan vraag. Maar het is toch lastig daar zo antwoord op te geven. Wij zijn er in ons onderzoek vanuit gegaan dat meer dan dertig leerlingen per klas wel de wat grotere klassen zijn."

"Daar kunnen nog steeds hele goede redenen voor zijn. En of dat te groot is of misschien ook goed te doen is, hangt af van de school of leraar."

"Een klas van 34 gemotiveerde leerlingen is makkelijker te behappen dan een moeilijke klas met 20 leerlingen.  Daarom vind ik ook niet dat we vanuit Den Haag moeten opleggen hoe groot een klas maximaal mag zijn. Een school moet zelf maatwerk kunnen bepalen."

Nu blijkt uit de cijfers van uw ministerie dat er inderdaad een kleine groei van klassengrootte is geweest het afgelopen jaar. U noemt dat niet problematisch. Hoe voorkom je in de toekomst dat het toch de spuigaten uit gaat lopen, als u geen maximum wil stellen? En wanneer loopt het volgens u uit de klauwen?

"In de afgelopen twintig jaar waren in 2003 de klassen het kleinst; 22,2 leerlingen per klas. Nu is dat 1 leerling per klas meer. Maar het cijfer van afgelopen jaar ligt gemiddeld weer 1 leerling onder het hoogste niveau in 1994, toen waren klassen gemiddeld 24,3 leerlingen. Ik vind het acceptabel als je binnen die bandbreedte blijft."

"We investeren de komende jaren extra in het onderwijs, waardoor het voor scholen eerder haalbaar wordt om hun klassen te verkleinen."

Is dat ook een advies aan de scholen, om met het extra budget de klassen proberen te verkleinen?

"Ik vind dat scholen daar een eigen afweging in moeten maken, maar de scholen hebben wel verantwoordelijkheid om te kijken naar de werkdruk van leraren. Er zijn ook andere manieren die effect hebben op de kwaliteit van het onderwijs. Een hoger opleidingsniveau van de mensen voor de klas bijvoorbeeld, of meer vakdocenten op scholen."

"Basisscholen kunnen met het extra geld ook kiezen voor het aannemen van gymnastiekleraren. Daarmee wordt de klas niet kleiner, maar dan kunnen de leraren die voor de klas staan die tijd wel gebruiken voor verdieping van het lesmateriaal, of voor een eigen opleiding. Dat komt de werkdruk ten goede."

Focussen de AOb en het LIA volgens u teveel op alleen de groottes van de klassen?

"Als ik dat zeg, ontken ik misschien de positie dat deel van de leraren dat wel voor een grote klas staat en waarschijnlijk het grootste gelijk aan hun kant hebben. Ik ben voorzichtig om een generiek antwoord te geven." 

"Maar ik vind echt dat je naar meer zaken moet kijken dan alleen de grootte van de klassen. Uit het onderzoek kwam ook een school met grote klassen, die vorig jaar juist een excellente beoordeling had. Het kan dus wel."

U stelt dat bij problemen leraren en ouders van leerlingen zelf bij een school aan de bel moeten trekken als de groepsgrootte niet acceptabel is. Dinsdag bieden meer dan 40.000 leraren, ouders en leerlingen een petitie van de LIA aan. Dat is een flink aantal. Is het wel echt wel voldoende om dit probleem bij de scholen zelf aan te pakken?

"Ik weet zeker dat als je goed gaat zoeken je in Nederland klassen tegenkomt die aan de grote kant zijn, waarbij dit de kwaliteit van het onderwijs niet ten goede komt."

"Dat signaal nemen wij serieus, en dat is ook de reden waarom we al aantal jaar vinger aan de pols houden qua hoe de klassen zich ontwikkelen. Maar we moeten niet micromanagen vanuit Den Haag. Met heel veel gedetailleerde regels wordt de kwaliteit van het onderwijs echt niet beter."

"Je moet uit kunnen gaan van de professionaliteit van scholen. Als een leraar liever een kleine klas heeft in plaats van een grote klas ondersteund door een klassenassistent, moet hij die gesprekken echt op school voeren."

Als Den Haag nou niet een maximum stelt, maar wel een aantal kwaliteitswaarborgen verplicht stelt; zoals de verplichte ondersteuning in de vorm van een klassenassistent in klassen van meer dan 28 leerlingen?

"Ik kan me wel voorstellen dat je als leraar die vraag bij je school stelt. We hebben onderzoek gedaan onder scholen met grote klassen en daar zie je dat de reden waarom die klassen zo groot zijn verschilt, maar dat ze wel allemaal extra handen in de klas hebben. Er zijn allerlei manieren om de werkdruk van leraren te verminderen. We willen dat echt aan de scholen overlaten."

Maar bij sommige scholen worden grote klassen gecreëerd vanwege financieel mismanagement. Daar zouden de leraren en leerlingen toch niet de dupe van moeten worden?

"Dat klopt, daarom zetten we ook in op goede schoolleiders, om die financiële problemen te voorkomen. Maar ik geloof niet dat je dat vanuit Den Haag voor 100 procent kan doen. Indien nodig grijpen we ook in, zoals scholen die onder financieel toezicht staan. Of bij de scholen waar de onderwijskwaliteit als zwak of zeer zwak is beoordeeld."

"Verder wil ik ouders aanmoedigen als ze moeten kiezen voor de school van hun kind, zich ook te verdiepen in de onderwijskwaliteit en de groepsgrootte."