De inzet van criminele burgers als infiltranten in misdadige organisaties lijkt dichterbij te komen, maar mag dan alleen onder strenge voorwaarden. 

Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) wil het opsporingsmiddel toepassen, omdat niet alle bendes meer met de traditionele middelen te bestrijden zijn. Donderdag deed de Tweede Kamer informatie op tijdens een hoorzitting met deskundigen. 

Ard van der Steur (VVD) gaat de minister steunen, zei hij na afloop, mits toezicht en controle goed worden geregeld en duidelijk wordt bepaald waar en wanneer criminele infiltranten worden ingezet.

De risico's zijn groot, aldus de liberaal, maar de organisatie en de middelen die huidige bendes hebben, maken het middel noodzakelijk.

Grote criminelen

Jeroen Recourt (PvdA) ziet ook wel wat in het gebruiken van bijvoorbeeld chauffeurs en accountants die het criminele circuit willen verlaten en er ondertussen informatie over kunnen verschaffen. Echte grote criminelen hebben vaak een verborgen agenda waar niemand vat op heeft. Hij wijst erop dat we moeten leren uit het verleden.

Tijdens de zogenoemde IRT-affaire van 20 jaar geleden werden onder de ogen van de politie grote hoeveelheden drugs doorgevoerd. Niemand wil terug naar die situatie, aldus Recourt, maar we moeten wel op zoek naar meer middelen tegen de zware georganiseerde criminaliteit.

De inzet van de infiltrant kan volgens Peter Oskam (CDA) behulpzaam zijn, maar wel met onder meer een extra rechtmatigheidstoets door de rechter-commissaris.

Kernbezwaren

Magda Berndsen (D66) is er niet zo voor te porren: ''Als we het verbod opheffen, wat waarborgt dan dat de opsporingsdiensten binnen de perken blijven? Te meer als het Openbaar Ministerie en de minister daar zelf toezicht op gaan houden. Je krijgt dan dat de slager zijn eigen vlees keurt. We moeten voorkomen dat Nederland overgaat tot opsporingsmethoden waar andere landen juist heel terughoudend in zijn.''

De commissie-Van Traa onderzocht destijds de IRT-affaire. Vicevoorzitter was Thom de Graaf. Hij zei donderdag dat de 'kernbezwaren' tegen criminele burgerinfiltranten nog steeds 'recht overend' staan. Zo zullen politie en justitie toch nooit precies weten wat zulke mensen precies uitspoken.