Kritiek rechters op plan vastzetten veroordeelden

Mensen die door de rechtbank zijn veroordeeld moeten niet altijd meteen in de cel gezet worden als het hoger beroep nog loopt. Dat stelt de Raad voor de Rechstpraak maandag in een advies aan het ministerie van Justitie.

De kans is volgens de raad dan groter dat mensen onterecht van hun vrijheid worden beroofd. De raad reageert daarmee op plannen van het kabinet.

Het kabinet wil straffen van langer dan een jaar direct laten uitvoeren als sprake is van een slachtoffer. Bij misdrijven zonder slachtoffer ligt de grens bij een straf van twee jaar. Met de maatregel moet worden voorkomen dat veroordeelden hun straf ontlopen door te vluchten.

''Wie zijn straf bewust wil ontlopen, zou zich in dat geval alleen maar eerder uit de voeten maken. De maatregel vervroegt het probleem dus, maar lost niets op'', zo stelt een woordvoerster van de raad.

De rechters vinden het onduidelijk welk probleem het kabinet met de maatregel denkt op te lossen. Veroordeelden die vluchtgevaarlijk zijn of een gevaar zijn voor de samenleving worden in voorlopige hechtenis gezet, zeggen zij. Slechts een klein deel mag het hoger beroep in vrijheid afwachten.

Als het kabinet wil voorkomen dat veroordeelden de dans ontspringen moet meer werk gemaakt worden van de opsporing van loslopende veroordeelden, vindt de raad.

Beter onderzoek

Volgens de raad is ook helemaal niet duidelijk om hoeveel potentiële strafontlopers het gaat. Het ministerie had beter onderzoek moeten doen, aldus de raad.

''Jaarlijks krijgen 2200 mensen een gevangenisstraf van langer dan een jaar opgelegd. 85 procent zit dan al in voorlopige hechtenis, slechts 330 mensen mogen hun beroep in vrijheid afwachten. Er is helemaal niet onderzocht hoeveel van hen die vrijheid gebruiken om hun straf te ontlopen.''

De RvdR wijst ook naar het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Eén van de grondrechten daarin is dat iemand in principe onschuldig is, totdat het tegendeel bewezen is.

Tip de redactie