Het grootste probleem voor de VN-missie in Mali is dat extremisten zich zullen hergroeperen en de missie als een doelwit zullen zien.

Dit beeld schetsten verschillende experts in de Tweede Kamer tijdens een hoorzitting over de missie van de Verenigde Naties (VN) in Mali, waaraan Nederland ook een bijdrage levert.

"In Afghanistan was de Taliban in het begin ook niet zo'n groot probleem. Maar na 1,5 jaar kwam dat op. Ik denk dat dit een grote bedreiging is", zo schetste Rob de Wijk, directeur van The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS).

En ook Peter Knoope, directeur van het International Centre for Counter-Terrorism waarschuwde voor de kracht van het aan al-Qaeda gelieerde extremisme. "Elke keer als al-Qaeda verslagen lijkt te zijn, dan komt het sterker terug."

Beschermen

Het kabinet besloot begin deze maand om in ieder geval tot eind 2015 met 368 militairen een bijdrage te leveren aan de VN-missie in Mali.

De Nederlandse militairen gaan vooral inlichtingen werven over de extremisten: in totaal 220 militairen worden met dat doel ingezet. De missie loopt "in beginsel'' tot eind 2015.

De militairen in het gebied hebben als doel de burgers in Mali te beschermen tegen aan al-Qaeda gelieerde groepen. Deze veroverden begin dit jaar Noord-Mali en pleegden vervolgens flinke schendingen tegen de mensenrechten. Inmiddels is het gebied sinds begin dit jaar door Franse troepen heroverd.

Slimmer

Volgens Knoope is het echter een illusie om te denken dat al-Qaeda zomaar uit het gebied verdreven kan worden. "We weten inmiddels dat al-Qaeda slimmer is dan dat, strategischer dan dat. Het heeft voortdurend bewezen zichzelf opnieuw uit te vinden."

Knoope acht de kans dat de extremisten terugkeren naar Sub Sahara Afrika dan ook heel groot. De Wijk noemt de missie "voorlopig doenbaar, maar niet zonder risico".

Volgens Marco Lankhorst van Global Justice is de situatie in Mali nu zelfs onrustiger dan tijdens de bezetting van de extremisten in Noord-Mali in 2012. 

Sven Koopmans van de VN stelde juist dat door de missie in Mali een start kan worden gemaakt met "het uithollen van de netwerken die er zijn." Hij erkende dat er in de omringende landen nog veel gevaren zitten. "Maar we kunnen niet een hele missie op zetten voor de hele regio."

De Wijk pleit er bij het kabinet dan ook voor om niet te streng te kijken naar het maximum van de 368 militairen die naar het gebied worden gestuurd. "Daar moet je echt overheen gaan als dat nodig is."

Onderhandelen

Kees Homan van het instituut Clingendael pleitte er in de hoorzitting voor dat Nederland volgend jaar al moet gaan onderhandelen over welk land de taken van Nederland zal overnemen als ons land in 2015 de vredesmissie weer verlaat.

Andere deskundigen wezen er echter op dat Nederland geen gebiedsverantwoordelijkheid heeft zoals tijdens de missie in Afghanistan wel het geval was. Daarom zijn de VN en niet Nederland verantwoordelijk voor het zorgen van opvolging, zo stelde De Wijk.

Helikopters

Onder de experts heersen ook zorgen over het tekort aan transporthelikopters. Volgens de Homan zijn de Nederlandse troepen in Mali nu aangewezen op transporthelikopters uit Burkina Faso en Niger. "Het is maar de vraag of die het wel zullen doen", aldus Homan.

Knoope stelt dat de druk van de VN op Nederland om toch transporthelikopters te leveren de komende tijd zal toenemen.

De Wijk stelde dat de vraag of Nederland meer transporthelikopters moet leveren afhankelijk is welke andere landen de benodigde helikopters wel zullen leveren. "Als het landen zijn waar je geen vertouwen in hebt, dan moet je niet in die helikopters stappen." 

Hennis

Minister Jeanine Hennis (Defensie) laat in een reactie aan NU.nl weten er op te vertrouwen dat er straks voldoende helikopters beschikbaar zullen zijn. "We lopen echt op de zaken vooruit. Ik ga er vanuit dat andere landen de helikopters zullen leveren."

Ze stelde nog niet na te denken of Nederland mocht dit niet het geval zijn, toch zelf de transporthelikopters zal leveren. 

Ook premier Mark Rutte denkt dat er met de Nederlandse missie in Mali geen eigen transporthelikopters mee hoeven. ''Onze inschatting is dat het goed in VN-verband te organiseren is'', zei hij op zijn wekelijkse persconferentie.

Profiel: Republiek Mali

Lees ook: Interview Hennis over missie Mali