Minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken) en Jeanine Hennis (Defensie) hebben donderdag een flitsbezoek gebracht aan Mali.

Ze spraken in de hoofdstad Bamako onder meer met de de Malinese president Ibrahim Boubacar Keïta en de Malinese minister van Defensie, Soumeylou Boubèye Maïga.

De ministers vertrokken donderdagochtend en zullen donderdagavond laat weer in Nederland terugkeren.

Keïta gaf aan de beoogde Nederlandse bijdrage aan de VN-missie in het land "bijzonder op prijs te stellen", zo laat een woordvoerder van Buitenlandse Zaken weten aan NU.nl.

Vredesakkoord

De ministers hadden ook een ontmoeting met de Nederlandse stafofficieren die de Nederlandse missie in het land voorbereiden.

Tijdens het bezoek pleitte de Malinese president ervoor dat er een vredesakkoord moet komen in het noorden en dat de rechtsstaat moet functioneren zodat corruptie en schendingen van mensenrechten kunnen worden bestreden.

Hennis

Hennis benadrukt donderdagavond dat de Nederlandse militairen "de ogen en oren van de VN" zijn. "Mali is nog steeds gevaarlijk", aldus Hennis. "Daarom sturen we ook militaren. En geen missionarissen."

De risico's zijn volgens de minister vooraf goed ingeschat. "Ook kunnen onze mensen in geval van nood een beroep doen op de Fransen die daar met de operatie SERVAL actief zijn."

Maar Nederland is zelf "bepaald niet tandenloos", aldus Hennis: "Onze mensen zijn stevig bewapend, het zijn robuuste special forces en we hebben luchtsteun van onze eigen bewapende Apache-helikopters."

Missie

Het kabinet besloot begin deze maand om in ieder geval tot eind 2015 met 368 militairen een bijdrage te leveren aan de VN-missie in Mali.

Het gaat om een vredesmissie, maar de actie is niet zonder risico's voor de Nederlandse militairen. De eerste militairen gaan al in december naar Mali. Daarna zullen er vanaf januari steeds meer manschappen volgen.

De Nederlandse militairen gaan vooral inlichtingen werven over de extremisten: in totaal 220 militairen worden met dat doel ingezet. De missie loopt  "in beginsel'' tot eind 2015. Halverwege 2015 komt er een tussentijdse evaluatie. Op basis daarvan wordt besloten of de missie verlengd wordt.

Koenders

De VN-missie staat onder leiding van Bert Koenders, de Nederlandse oud-minister van Ontwikkelingssamenwerking, die om de troepen had gevraagd. Ook hij was bij het bezoek donderdag aanwezig.

Het is de eerste grote internationale missie waar Nederland aan bijdraagt sinds de oorlog in Afghanistan. Maar anders dan tijdens de missie in Uruzgan en Srebrenica dragen de Nederlandse militairen geen gebiedsverantwoordelijkheid, aldus het kabinet.  Dit betekent dat Nederland niet de eindverantwoordelijkheid draagt voor de veiligheid van het gebied in Noord-Mali. 

De missie in Mali is opgezet om burgers in Mali te beschermen tegen aan al-Qaeda gelieerde groepen. Deze veroverden begin dit jaar Noord-Mali en pleegden vervolgens flinke schendingen tegen de mensenrechten.

Kamer

Een meerderheid van de Tweede Kamer moet nog instemmen met het besluit, al kan ook zonder die meerderheid de missie gewoon doorgaan.

Vrijdag zullen in de Tweede Kamer de hele dag deskundigen worden gehoord over de missie. Daarna zal er op 11 en 12 december over de missie worden gedebatteerd.  

Profiel: Republiek Mali

Lees ook: Interview Hennis over missie Mali