De NS moet gaan onderzoeken of het mogelijk is intercity's aan te schaffen die harder kunnen rijden dan 200 kilometer per uur.

Bovendien moeten die treinen al vanaf 2018 worden ingezet. Dat besloot de Tweede Kamer dinsdag.

Volgens VVD-Kamerlid Betty de Boer gaan intercity's tot wel dertig jaar mee en is het daarom van groot belang om toekomstbestendig materieel in te kopen.

Ze wil dat treinen in de toekomst daar waar mogelijk harder dan 200 kilometer per uur kunnen gaan rijden. Dat kan bijvoorbeeld op het HSL-spoor. Maar snelle treinen zijn ook van belang voor bijvoorbeeld de Hanzelijn, waar nu al 200 kilometer per uur mag worden gereden.

Zo snel mogelijk

De Kamer wil verder dat de nieuwe treinen zo snel mogelijk kunnen worden ingezet. De NS heeft daar zeven jaar voor nodig, stelde staatssecretaris Wilma Mansveld (Spoor) eerder. Maar volgens De Boer moet het echt sneller kunnen.

De NS begint binnenkort met een studiefase naar de aanbesteding van de nieuwe intercity's. Daarin moet nu dus de maximumsnelheid en de tijdsperiode tot de treinen inzetbaar zijn worden meegenomen.