Het kabinet ligt op schema als het gaat om de afgesproken bezuinigingsmaatregelen op ontwikkelingssamenwerking. 

Nederland gaf in 2012 zo'n 823 miljoen euro minder uit, op een totaal van 4,4 miljard euro. Ook vermindert het aantal ontwikkelingslanden waar het geld heen gaat.

Dat stelt de Algemene Rekenkamer woensdag in het nieuwste rapport 'Monitoring beleid voor ontwikkelingssamenwerking'.

Wat nog beter moet, is het meten van de effecten van ontwikkelingssamenwerking, concludeert de Rekenkamer. In tegenstelling tot voorgaande rapporten zijn de conclusies over de cijfers over het beleid gekoppeld aan verhalen uit de praktijk van ontwikkelingssamenwerkingsprojecten.

Benin

Dat de effecten beter moeten worden gemeten, bleek onder meer uit een bezoek van de Algemene Rekenkamer aan een water- en sanitatieproject in Benin, dat met Nederlands geld gefinancierd wordt.

Eerst was het zo dat alleen het aantal nieuwe watertappunten werd genoteerd, terwijl daarbij nauwelijks is gekeken of ook de gezondheid van de mensen ter plekke verbeterde. Uit onderzoek bleek dat de mensen ondanks het project nog steeds vervuild water dronken.

Zo raakte het water vervuild tijdens vervoer en was een andere oorzaak handcontact bij het drinken. Het project is nu aangepast en de nadruk ligt nu ook op voorlichting over persoonlijke hygiëne.

Effecten

Volgens de Algemene Rekenkamer is het belangrijk om ook bij andere projecten veel meer te kijken naar de uiteindelijke effecten van de maatregelen. ''Het is zeker in tijden van bezuinigingen cruciaal te weten of gestelde doelen zijn gehaald en welke interventies werken'', zo staat in het rapport.

Minister Lilianne Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking zegt het rapport te zien als ''een waardevolle bijdrage aan het streven naar meer effectiviteit en het sturen op resultaten''.