De verschillende politieke partijen in de Tweede Kamer hebben kritische vragen gesteld bij de rol van De Nederlandsche Bank (DNB) bij het Libor-schandaal van de Rabobank.

Henk Nijboer van de PvdA oordeelt dat het optreden van DNB "te laat, te afwachtend en te weinig serieus" is geweest.

Volgens Arnold Merkies van de SP heeft de toezichthouder bij de Libor-fraude binnen de Rabobank zitten slapen. Ook de VVD oordeelt zo.

"Het is te makkelijk om te zeggen dat ze het te druk hadden met de crisis, of dat het niet in hun takenpakket zat", aldus Kamerlid Aukje de Vries.

Alarmbellen

Manipulaties als die met de Libor-rente vallen nu niet onder de regels tegen marktmisbruik. Maar volgens De Vries had DNB heel simpel toch enkele kritische vragen aan de Rabobank kunnen stellen.

Ook het CDA vraagt zich af of de toezichthouder wel echt alleen gehinderd werd door het gebrek aan adequate regelgeving. "Vanaf begin 2008 gingen er al enkele alarmbellen af. Waarom is er pas in 2012 ingegrepen?",  aldus Kamerlid Eddy van Hijum.

Onderzoek

Rabobank maakte eind oktober bekend voor 774 miljoen euro aan boetes te hebben gekregen van toezichthouders in eigen land, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk voor zijn rol in de internationale fraude door handelaren met rentetarieven.

Al in 2008 deed de Amerikaanse toezichthouder onderzoek naar mogelijke manipulatie met de Liborrente door banken. In 2010 werden daar andere toezichthouders bij betrokken en pas in 2011 kwam DNB erbij.

Afwachtend

Ook de ChristenUnie oordeelt dat het misschien niet op het "takenlijstje" van DNB stond, "maar ik mag toch hopen dat de toezichthouder bij signalen wel de inschattingsvrijheid heeft om hier toch eens beter naar te kijken?", aldus Carola Schouten. D66 noemt de houding van DNB "te afwachtend". 

De PvdA en D66 hebben bovendien vragen bij de bezetting bij DNB. Uit de documenten blijkt dat er sprake was van onderbezetting bij de afdeling van DNB dat de Rabobank in de gaten hield. "Hoe heeft dat zover kunnen komen?", aldus Nijboer.

Dijsselbloem

Volgens Dijsselbloem is één van de lessen die door de Libor-fraude is geleerd dat de Nederlandse toezichthouders een onderzoek van een buitenlandse bank bij een Nederlandse bank niet meer mogen afwachten.

"Dat is een reden om expliciet te kijken: gaan we zelf een onderzoek starten? Daar móét bij stil worden gestaan", aldus Dijsselbloem. 

Hij schetste dat vooral het interne toezicht bij de Rabobank heeft gefaald. Dat DNB niet in 2008 al een onderzoek startte, was legitiem. Maar de toezichthouder had vanaf 2011 wel sneller kunnen handelen. "Daar had meer tijd gewonnen moeten worden."

Wellink

Dijsselbloem uitte tussen de regels door vooral kritiek op de oud-president van DNB, Nout Wellink. Hij stelde dat het toezicht van DNB met het aantreden van de nieuwe directeur Klaas Knot een "stuk stringenter" is geworden. Risico-analyses hebben nu ook een "veel betere plek" gekregen dan vroeger.

Ook liet hij weten dat het ontdekken van een fraude van deze orde afhankelijk is van de alertheid van de toezichthouder. "Het is ook alertheid. Niet alles laat zich vangen in wetten en regels", aldus Dijsselbloem.

Europa

Dijsselbloem heeft eind vorige week al laten weten dat het wettelijk toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiele Markten (AFM) moet worden verruimd om fraude zoals die met de Libor-rente in de toekomst te voorkomen.

Dijsselbloem noemde het essentieel dat deze ''lacune in de wet- en regelgeving zo snel mogelijk wordt gerepareerd''. Dit kan in Europees verband, maar ook wordt Nederlandse wetgeving voorbereid.

Vervolging

Kritische vragen heersen er in de Kamer ook over de mate van vervolging van de fraudeurs bij de Rabobank.

Betrokken handelaren die nog wel bij de bank werken, worden niet vervolgd omdat de bank met het OM een schikking heeft getroffen. Over de vervolging van de medewerkers die niet meer bij de bank werken heeft het OM nog geen beslissing genomen.

Dijsselbloem heeft in de media verschillende malen gezegd dat wat hem betreft serieus bekeken moet worden of bij Rabobank ontslagen fraudeurs alsnog strafrechtelijk vervolgd kunnen worden, ondanks de schikking die met de bank is getroffen.

Het CDA en D66 vragen zich nu af of het kabinet hier wel eenduidig in optreedt, omdat minister Opstelten (Justitie) met de schikking heeft ingestemd.  Koolmees noemde uitspraken van Dijsselbloem "ongepast, onwenselijk en onnodig." 

Verantwoordelijkheid

Wel noemde de verschillende partijen het onwenselijk dat het nu lijkt alsof voor bankmedewerkers niet dezelfde regels gelden als voor burgers. Dit onderkende Dijsselbloem zelf ook al eerder.

Hij maakte echter wel duidelijk een onderscheid tussen de echte fraudeurs en de top van de Rabobank, die volgens de minister geen fraudeurs zijn. "Maar uit het oog van hun verantwoordelijkheid hadden ze er wel vanaf moeten weten."

Hij stelde het onderzoek van het OM over de vervolging af te wachten, maar hier ondertussen als minister best een opvatting te kunnen hebben.

Opstelten

Opstelten verdedigde de schikking door te stellen dat door de internationale afspraken alle maatregelen die nu genomen zijn, zoals de hoogte van het bedrag van de schikking en het terugvorderen van bonussen van bankmedewerkers, "anders nooit door een rechterlijke uitspraak waren gerealiseerd."

Hij wilde een jarenlange rechtsgang bovendien uitdrukkelijk voorkomen. 

Opstelten liet weten de vervolging van (oud)Rabomedewerkers niet uit te sluiten. "Veroordeling is altijd het uitgangspunt", aldus Opstelten.

Maar er is al wel een groep dat daarvan is uitgezonderd: de Rabobankmedewerkers dat wel van de fraude had moeten weten, maar waarvan al is vastgesteld dat ze niet zelf hebben gefraudeerd en daar ook geen voordeel van hadden.

Boete

Opstelten laat daarnaast weten dat er met de Rabobank niet is onderhandeld over de hoogte van de schikking met het OM, een bedrag van 70 miljoen. Hij stelde dat de bank met dit bedrag "ongekend hard" is geraakt.

De ChristenUnie en de PVV stelden juist kritische vragen over de hoogte van dit bedrag. Dijsselbloem vulde aan dat boetes in de toekomst hoger kunnen gaan uitvallen met nieuwe regelgeving.

Vier vragen over de Libor-rente