Gemeenten weten niet meer zo zeker of ze nog wel verder willen met de overgang van zorgtaken van het Rijk naar gemeenten. 

Dat meldde de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) woensdag na het besluit van staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid) om de persoonlijke verzorging over te hevelen naar de zorgverzekeraars.

De VNG spreekt van een ''onwerkbare en ongewenste situatie'' en schort voorlopig de medewerking aan de decentralisatie op.

''We waren het eens met het kabinet dat de zorg anders georganiseerd moet worden om deze betaalbaar te houden. Het kabinet ondergraaft zijn eigen visie door nu zo'n groot deel van het decentralisatiepakket, te weten persoonlijke verzorging, los te maken en onder te brengen bij de Zorgverzekeringswet. In de Zorgverzekeringswet gaat het niet om maatwerk en participatie maar om eenheidsworst'', aldus Jantine Kriens, voorzitter van de directieraad van de VNG.

''Deze keuze zal leiden tot meer loketten, meer bureaucratie, meer afstemmingsproblemen, meer afschuifrisico's tussen verschillende stelsels en tot hogere kosten die ofwel bij de burger terecht zullen komen of zullen leiden tot nieuwe bezuinigingen'', volgens Kriens.

Volgens Van Rijn is gekeken hoe de zorg voor mensen thuis het beste georganiseerd kan worden. ''Patiënten, cliënten, verpleegkundigen en verzekeraars vinden dit de beste oplossing. Wij kiezen ervoor de zorg uit één hand te geven en niet vanuit twee loketten. Ik snap dat gemeenten liever een groter budget hadden gehad, maar het is belangrijker hoe de zorg voor mensen wordt georganiseerd dan uit welk potje het wordt betaald'', aldus Van Rijn.

De VNG gaat op de ledenvergadering van 29 november haar leden de vraag voorleggen of en hoe het nu verder moet met de decentralisatie van zorgtaken naar gemeenten.