Dat de keuze om deel te gaan nemen aan de VN-missie in Mali weinig controverse veroorzaakt, komt omdat het kabinet beseft dat Nederland een loyalere bondgenoot moet zijn.

Dat stelt defensiespecialist Rob de Wijk in een interview met NU.nl. "Veel politici realiseren zich dat wat Nederland doet niet kan."

De Wijk, directeur van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS), refereert hiermee onder meer naar de manier waarop Nederland in 2010 uit Uruzgan vertrok en naar het uitblijven van deelname aan de EU-trainingsmissie in Mali eerder dit jaar.

"Je moet een loyale en een solidaire bondgenoot zijn die ook een bijdrage levert aan dit soort missies. Nederland was altijd een bruggenbouwer, maar op dit ogenblik zijn we juist een dwarsligger als het gaat om internationale betrekkingen."

Reputatie

Omdat de Nederlandse regering eerder de interne politieke dynamiek boven de internationale besluitvorming heeft gesteld, speelt Nederland volgens De Wijk een minder belangrijke rol op het internationale toneel.

"Onze positie is geërodeerd en onze reputatie geknakt." Deelname aan de missie van de Verenigde Naties (VN) in Mali is volgens De Wijk daarom een manier om hier iets aan te doen.

"Dat minister Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken zich niet herkent in die reputatieschade kan ik wel begrijpen, dat had ik als minister ook gezegd. Maar ik merk het aan contacten in het buitenland: Nederland wordt steeds minder serieus genomen."

Vrijdag besloot het kabinet met 368 militairen en een aantal politieagenten een bijdrage te gaan leveren aan de stabilisatiemissie van de VN in Mali. De taak voor de Nederlanders is voornamelijk het werven van inlichtingen om de VN-missie mogelijk te maken.

Bekijk een deel van het interview:

Eigenbelang

Dat er nu toch een Nederlandse deelname aan de missie in Mali komt is volgens De Wijk van onontkoombaar eigenbelang. Naast onze reputatie is het volgens hem ook noodzakelijk te zorgen dat het in dat deel van Afrika relatief rustig blijft met oog op de economische ontwikkelingen.

De rijkdom aan grondstoffen is belangijk, maar ook toekomstige activiteiten van de Europese energievoorziening spelen zich in Mali af. Hetzelfde geldt voor Syrië: "Als daar de boel klapt dan hebben wij (Europa, red.) een probleem. We kunnen ons niet permitteren dat er in Afrika een totale dominantie van allerlei extremisten ontstaat waardoor onze economische belangen worden geschaad en steeds meer vluchtelingen onze kant op komen."

"Het gaat minder om humanitaire zaken. Die blijven natuurlijk wel belangrijk, maar het economische aspect begint steeds urgenter te worden."

Een stabilisatieoperatie in Syrië is volgens De Wijk dan ook een logische volgende stap voor de VN. "Wie zou het anders moeten doen? Syrië is nu zo ver nog niet, maar op het moment dat daar een vredesregeling komt, kun je er vergif op innemen dat wij een stabilisatiemissie moeten optuigen."

Risico's

De VN noemt de veiligheid in Mali relatief stabiel, maar fragiel. Volgens De Wijk lopen de Nederlandse militairen weinig risico, omdat het winnen van inlichtingen "al dan niet openlijk, dan wel in het geheim" voornamelijk vanuit de compound gebeurt.

"Het zou wel kunnen dat de militairen worden aangevallen, het blijft een militaire missie. Maar ik zie het alleen niet gebeuren dat ze 24 uur per dag bezig zijn met allerlei extremisten op te snorren."

Het grootste gevaar zit volgens de defensiespecialist in situaties waarin extremisten van bijvoorbeeld al-Qaeda zich vanuit de omliggende landen tegen de VN-missie gaan keren. "Dat kan gebeuren, we gaan er niet met een stel welzijnsmedewerkers naartoe, dus er is een zeker risico."

Tekort

De Nederlandse Bert Koenders, die de VN-missie in Mali begeleidt, gaat er vanuit in totaal twaalfduizend militairen in Mali bijeen te krijgen. Momenteel zijn er al zo'n vijfduizend blauwhelmen aanwezig.

Nederland levert een goede aanvulling, want aan inlichtingendiensten en bewapende helikopters had de VN nog een tekort. De Wijk: "Het enige dat Nederland niet levert zijn transporthelikopters. Dat is jammer, want daaraan is een groot tekort en ze zijn belangrijk voor bevoorrading en het vervoer van militairen."

De Tweede Kamer moet nog instemmen met de missie in Mali, maar ook zonder meerderheid kan het huidige plan gewoon doorgaan. Woensdag staat in de Kamer een overleg over Defensie gepland.

Profiel: Republiek Mali

Lees ook: Mali kreeg in 1973 ook hulp luchtmacht