Minister Jet Bussemaker (Cultuur) gaat bij het toewijzen van cultuursubsidies de geleverde prestaties van een museum, theatergezelschap of orkest voortaan zwaarder laten meewegen. 

"Bewezen prestaties bieden garanties voor de toekomst'', schrijft de minister zaterdag in een brief aan de Tweede Kamer.

Momenteel wordt de culturele sector bij het aanvragen van geld bij het Rijk vooral beoordeeld op de plannen die ze hebben.

Bussemaker wil meer evenwicht tussen de ambities van een culturele instelling en de resultaten die in het verleden zijn behaald. Het gaat dan bijvoorbeeld om hoeveel publiek wordt bereikt of om hoeveel geld een instelling zelf weet binnen te slepen.

Daarnaast wil de minister de kwaliteit verbeteren door de Rijksoverheid beter samen te laten werken met de provinciale en lokale overheden.

Nu moeten gezelschappen of musea op verschillende manieren en tijdstippen aanvragen indienen voor subsidies. Dat kan beter en makkelijker volgens Bussemaker, alleen al door de data voor aanvragen meer op elkaar af te stemmen.

Afspraken

Ook gaat Bussemaker inhoudelijke afspraken maken met wethouders en gedeputeerden. Ze wil voor de komende tien jaar vastleggen hoeveel tijd, geld en voorzieningen er beschikbaar zijn voor cultuureducatie. Scholen en culturele instellingen weten daardoor voor een langere periode waar ze aan toe zijn.

De minister geeft in de brief verder aan dat ze op hoofdlijnen tevreden is over de inrichting van het huidige cultuurstelsel. De manier van financieren is voor alle partijen duidelijk.

Ook is er een stabiele groep kunst- en cultuurinstellingen die geld krijgt van het Rijk. Van de huidige musea en gezelschappen die geld krijgen, ontving 83 procent in 1997 ook al geld uit het potje van het ministerie.