Het kabinet wil met meer dan 350 militairen een bijdrage gaan leveren aan de VN-missie in Mali. 

Het gaat om commando's, informatie-analisten, trainers en vier Apache-gevechtshelikopters, meldden bronnen in Den Haag donderdag.

In het noorden gaan iets minder dan honderd commando's inlichtingen verzamelen over extremisten zoals aanhangers van al-Qaeda in de Maghreb. Volgens de NOS zou het gaan om 370 militairen waarvan tachtig commando's.

Het aantal troepen komt ruwweg overeen met wat de Volkskrant en RTL Nieuws eerder meldden over de missie. 

Ook gaat ongeveer hetzelfde aantal inlichtingenspecialisten en -analisten mee. Bij de Apaches gaan 120 man ondersteunend personeel mee.

Training

Een ander doel van de missie is training van agenten. Daarvoor gaan circa dertig trainers mee. De militairen worden gelegerd in de hoofdstad Bamako en het noordelijke Gao. De eerste militairen kunnen al voor de kerst in het Afrikaanse land actief zijn. Het kabinet gaat vermoedelijk vrijdag akkoord met de missie.

De VN-missie Minusma wordt geleid door de Nederlandse oud-minister Bert Koenders. Hij heeft om de Nederlandse bijdrage gevraagd. Het kabinet liet begin juli al weten de wenselijkheid en mogelijkheid van een bijdrage aan de missie te onderzoeken. Begin vorige maand stuurde Defensie een verkenningsmissie naar het land.

Vooral de PvdA heeft zich sterk gemaakt voor een missie in Mali. Nu de missie in het Noord-Afghaanse Kunduz afgelopen is, is het voor de VVD ook makkelijker om ermee in te stemmen.

al-Qaeda

Begin dit jaar begonnen Franse militairen een militaire interventie in Mali nadat Toearegs en aan al-Qaeda gelieerde groepen grote delen van Noord-Mali hadden veroverd. De vrees was dat hier een bolwerk van de radicale islam zou ontstaan die een bedreiging voor Europa zou kunnen vormen.

De extremisten werden vrij snel verdreven en hebben zich teruggetrokken in het onherbergzame noorden. Franse, Malinese en VN-militairen begonnen deze week net een grote operatie tegen de teruggetrokken jihadisten.

Open armen

De Malinezen zullen de ruim 350 Nederlandse militairen waarschijnlijk met open armen ontvangen, net zoals ze begin dit jaar bij de Franse troepen deden. Dat denkt Leo Spaans, regiomanager van hulporganisatie ICCO, die sinds 1,5 jaar in de hoofdstad Bamako woont.

"Je had het moeten zien: iedereen maakte foto's van hen, overal hingen Franse vlaggen, iedereen was pro-Frans. Malinezen voelen heel goed aan dat ze de problemen in hun land zelf niet aankunnen."

Mali is een land dat zich vanuit erbarmelijke omstandigheden vrij goed ontwikkelde, maar nu wel internationale steun nodig heeft om die bloei voort te zetten, denkt Spaans.

De afgelopen jaren gooiden onder meer een staatsgreep en de revolutie tegen de Libische president Kaddafi roet in het eten. De Toeareg-rebellen kwamen met armen vol wapens uit Libië en ook andere moslimextremisten claimden hun ruimte.

Dat alles gebeurde in een land waar mensen niet genoeg eten hebben, niet kunnen rondkomen en nog niet iedereen naar school gaat. "Ze hebben bijna geen kans om een behoorlijk leven op te bouwen."

Zeker in het noorden is maar een paar uur per dag elektra, zijn scholen vernietigd, is de kwaliteit van ziekenhuizen slecht en zijn producten duur of niet verkrijbaar. "Als alternatief willen ze naar een ander land of melden ze zich aan bij moslimextremisten om te gaan vechten. Armoede ligt echt ten grondslag aan de problemen."

Profiel: Republiek Mali

Lees ook: Mali kreeg in 1973 ook hulp luchtmacht