Docenten in de bovenbouw moeten vanaf 2020 academisch geschoold zijn. Dat wil een meerderheid in de Tweede Kamer, zo bleek donderdag tijdens de begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer.

Het voorstel van VVD-Kamerlid Pieter Duisenberg is ook door staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) omarmd, al had hij wel wat kanttekeningen.

"Er zullen altijd vakken zijn waar het niet kan. Bijvoorbeeld bij cultuur- en bewegingsvakken. Bovendien zit je met de zittende hbo-docenten die je niet kan vragen nog eens een academisch traject te volgen."

De staatssecretaris gaat hierover in gesprek met de de koepelorganisatie in het voortgezet onderwijs, de VO-raad.

Volgens Duisenberg vereist het Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs (VWO) dat deze onderwijzers ook wetenschappelijk geschoold zijn. "Zodat leerlingen maximaal ervaring opdoen met de wetenschappelijke benadering van onderwerpen", aldus de VVD'er.

Inspectievakanties

Dekker zegde tijdens het debat verder toe om een experiment te starten waarbij scholen die aantoonbaar investeren in kwaliteit en er kwalitatief goed voorstaan een aantal jaar niet lastig worden gevallen met inspecties.

Een proef met dergelijke "inspectievakanties" was een voorstel van CDA-Kamerlid Michel Rog.

Bevoegdheid

Hij benadrukte dat alle docenten op het mbo en het voortgezet onderwijs vanaf 2017 verplicht zijn een lesbevoegdheid te hebben. Alleen in noodgevallen, bijvoorbeeld als anders lessen uitvallen, kan hier een uitzondering op worden gemaakt.

Volgens Dekker lopen docenten het risico om ontslagen te worden als zij hun bevoegdheid niet halen of onvoldoende doen om hun competenties bij te houden. Om dit te kunnen monitoren zijn alle docenten vanaf 2017 verplicht om zich in te schrijven in het lerarenregister.

Extra geld

Minister Jet Bussemaker (Onderwijs) zei tijdens het debat vertrouwen te hebben in het onderwijsveld dat het extra beschikbaar gekomen geld goed besteed zal worden. Wel spreekt ze van een "zware verantwoordelijkheid".

In totaal is er ongeveer 800 miljoen beschikbaar om te investeren in het onderwijs. Dit geld is deels gereserveerd in het regeerakkoord en komt vrij nu er met het onderwijsveld een Onderwijsakkoord is afgesloten.

Daarnaast is onlangs in het herfstakkoord extra geld vrijgemaakt. Dit was een nadrukkelijke wens van D66.

Aanvankelijk leek het bedrag veel hoger te liggen, rond de 1,3 miljard, maar andere kortingen raken het onderwijsbudget. Netto blijft er daardoor 800 miljoen over.

Nu het geld is vastgelegd is het aan de verschillende sectoren zelf om tot een invulling van deze gelden te komen. Ze kunnen zelf kiezen om geld te investeren in verbeteren van de kwaliteit of verlagen van de werkdruk.

Overdadige topinkomens

De minister liet in het debat weten dat het vertrouwen wel moet worden verdiend. "Situaties met overdadige topinkomens en dure leaseauto's horen daar niet bij", stelt ze. Ook waarschuwde ze dat er weliswaar veel geld is vrijgekomen, maar dat er nog steeds keuzes moeten worden gemaakt. 

"Je kunt kiezen voor meer concierges, kleinere klassen, hoger opgeleide docenten en meer stages, maar we moeten erop vertrouwen dat de scholen zelf kunnen beslissen waar ze behoefte aan hebben", aldus de minister.

Ze riep de onderwijssector op om te investeren in het verbeteren van de leercultuur om zowel bij scholieren en docenten voor voldoende uitdaging te zorgen.

Bekneld

"Leraren voelen zich te vaak bekneld", stelt ze. "En leerlingen en docenten missen de uitdaging om van elkaar te leren. Waar mensen wel van elkaar leren voel je de energie. Dan groeien alle betrokkenen een beetje."

Bussemaker deed in het debat een voorzet voor de investeringen die kunnen worden gedaan als de basisbeurs wordt afgeschaft.

Ze stelt onder meer voor te investeren in kleinschaligheid en intensief en gedifferentieerd onderwijs. "Een student kan hierdoor meer uit zijn studie halen", aldus Bussemaker. 

Zo kunnen volgens haar de groepen worden verkleind van gemiddeld 22,5 studenten naar vijftien studenten. Dit kost jaarlijks 170 miljoen. Met een intensievere studiebegeleiding kan volgens haar langstuderen en uitval worden voorkomen.

Extra geld

Het praktijkgericht onderzoek kan daarnaast worden geïntensiveerd met het aanstellen van honderd extra lectoren. Dit kost 50 miljoen. Het stimuleren van excellentie raamt Bussemaker op 15 miljoen per jaar.

Bussemaker wil onder meer met de studentenorganisaties in gesprek over de invulling van het extra geld. 

Of de basisbeurs daadwerkelijk zal worden vervangen door een leenstelsel is echter nog zeer onzeker, in de Eerste Kamer is nog geen meerderheid voor het voorstel.