De PvdA wil opheldering van minister Jeanine Hennis-Plasschaert van Defensie over munitie die na de Tweede Wereldoorlog in de Oosterschelde is gestort. 

De partij heeft vrijdag Kamervragen gesteld en wil onder meer weten of er een gevaar is voor mens en milieu.

Een oud-medewerker van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) stelde deze week in het programma EenVandaag dat het om een ''tikkende bom'' gaat. Het is geen specifiek Nederlands probleem. Veel landen hebben na de oorlog munitie in zee gedumpt.

Volgens Defensie ligt ongeveer 30.000 ton munitie op een diepte van dertig tot vijftig meter. Het spul ligt verspreid over de bodem en het risico dat alles ontploft zou verwaarloosbaar zijn. Ook zouden onderzoeken uitwijzen dat de aangetroffen concentraties zware metalen onder het risiconiveau blijven.

Door gebrek aan kennis zijn niet alle effecten vooraf goed te berekenen, aldus het ministerie. Daarom blijft Defensie de situatie in de gaten houden en bereidt momenteel met Rijkswaterstaat een nieuw onderzoek voor.