In de Eerste Kamer wordt dinsdag een nieuwe pensioenwet behandeld. Waarschijnlijk stemmen de senatoren niet in. Waar gaat het eigenlijk over en wat zijn de consequenties? NU.nl legt het uit in vijf vragen.

Wat wil het kabinet precies?

Het kabinet wil dat vanaf 2015 de jaarlijkse pensioenopbouw daalt van 2,25 naar 1,75 procent van het inkomen. Volgens het kabinet kan deze opbouw omlaag, omdat werkenden langer voor hun pensioen sparen, doordat ze ook langer aan het werk zijn.

Omdat vakbonden en werkgevers grote bezwaren hadden tegen het plan, is in het sociaal akkoord 250 miljoen euro op tafel gelegd voor een aanvullende regeling.

Daarmee wordt de pensioenopbouw verhoogd naar 1,85 procent per jaar. De sociale partners vinden dat eigenlijk onvoldoende. Ze willen een opbouw van 2 procent per jaar, maar daarvoor stelde het kabinet te weinig geld beschikbaar.

Waarom wil het kabinet dat de pensioenopbouw omlaag gaat?

Het kabinet wil met de voorstellen bijna 3 miljard euro besparen. Doordat de pensioenopbouw verminderd aftrekbaar is stijgt het belastbaar inkomen van werkenden, wat weer leidt tot hogere inkomsten voor de staatskas.

Als de plannen door de Eerste Kamer worden afgewezen, betekent dit een flink gat in de begroting.

Wat zijn de bezwaren?

Eigenlijk is behalve het kabinet niemand tevreden met de plannen. De hele oppositie in de Tweede Kamer wees de plannen al af. Ook de sociale partners zijn niet tevreden, omdat ze een hogere pensioenopbouw willen. Volgens hen raakt het voorstel bovendien vooral de jongere generaties, die door de plannen minder pensioen kunnen opbouwen dan voorheen.

Felle kritiek kwam er ook vanuit de Raad van State. Die stelt dat het nieuwe plan nauwelijks tot een betere pensioenopbouw leidt, terwijl de uitvoeringskosten zeer hoog zijn. Bovendien is het verre van zeker dat door het plan de pensioenpremies zullen dalen.

Een partij als D66 is in beginsel bereid akkoord te gaan met een lagere pensioenopbouw, maar alleen als de premies dan ook fors dalen.

Het kabinet verwacht een premiedaling van zo'n 6 miljard, maar kan die niet garanderen omdat de pensioenfondsen hier zelf over gaan. En deze fondsen, bestuurd door de sociale partners, zitten krap bij kas en voelen weinig voor een premieverlaging.  

Op de aanvullende regeling van de sociale partners, die leidt tot een opbouw van 1,85 procent, kwam ook veel kritiek. Volgens de oppositiepartijen is de regeling nodeloos ingewikkeld. Bovendien bleek uit berekeningen dat de regeling in de praktijk vooral positief uitpakt voor de hogere inkomens: bij een modaal salaris leidt de regeling maar tot 13 euro extra pensioenopbouw per jaar.

Ook staatssecretaris Frans Weekers (Financiën) beaamde dat het plan van de sociale partners complexer is in de uitvoering dan die van het regeerakkoord, wat leidt tot extra administratieve lasten.

Door dit complexere systeem zal er bovendien meer met deelnemers uit pensioenfondsen gecommuniceerd moeten worden, zo stelt Weekers. Zo zal er een bruto en een netto overzicht van de pensioenopbouw moeten komen.

Waarom is het zo belangrijk wat de Eerste Kamer vindt?

Het kabinet heeft in de Tweede Kamer een meerderheid om de eigen plannen erdoor te krijgen. Maar in de Eerste Kamer heeft het kabinet dat niet en dus is er steun van (een deel van) de oppositie nodig. Een "weeffout", zo stelden critici vorig jaar na de Tweede Kamerverkiezingen al snel, omdat een wet pas echt kan worden ingevoerd als de Eerste Kamer er ook mee instemt. De VVD en de PvdA bezetten samen echter maar 30 van de 75 zetels in de Eerste Kamer.

In de Eerste Kamer wordt in Nederland wetgeving die al door de Tweede Kamer is opnieuw tegen het licht gehouden. Er wordt gekeken of een wetsvoorstel wel uitvoerbaar is. De Tweede Kamer kan de tekst van een wetsvoorstel nog veranderen, de Eerste Kamer kan een wetsvoorstel alleen goedkeuren of afwijzen.

Dit afwijzen dreigt nu dus te gebeuren bij het nieuwe pensioenswetvoorstel. 

Wat gebeurt er als de Eerste Kamer de plannen afwijst?

Aangezien de Eerste Kamerleden zich allemaal zeer kritisch hebben opgesteld over de nieuwe wet is het zeer onwaarschijnlijk dat de wet wordt aangenomen. Ook omdat het CDA, dat het kabinet aan een meerderheid kan helpen in de Eerste Kamer, uit onderhandelingen met het kabinet is gestapt.

Andere oppositiepartijen als D66, GroenLinks, ChristenUnie en de SGP zijn nog wel met het kabinet in gesprek, maar deze onderhandelingen lopen nog. Ook heerst bij de partijen in de Tweede Kamer het gevoel dat het kabinet eerder met hen had moeten overleggen. De oppositie wil het dan ook laten aankomen op een confrontatie in de Eerste Kamer.

De Eerste Kamer had Weekers ook gevraagd om concessies te doen en daar leek de staatssecretaris ook toe bereid. Eind september liet  Weekers namelijk nog weten dat de aanvullende spaarregeling wat hem betreft niet verplicht hoeft te worden opgelegd. Als deze regeling vrijwillig wordt, zullen er minder mensen gebruik van maken.

Daardoor zou er geld overblijven voor een wat hogere pensioenopbouw dan in de kabinetsvoorstellen. Maar Weekers kon deze uitlatingen niet hard maken omdat het een gat zou opleveren in de begroting.

Als de Eerste Kamer het pensioenplan afwijst zal het kabinet een nieuw wetsvoorstel moeten maken met daarin concessies richting de oppositie. Dit zal dan eerst weer behandeld moeten worden in de Tweede Kamer, wat een flinke vertraging oplevert.

Die vertraging zou de pensioenfondsen bovendien slecht uitkomen, want zij hebben tijd nodig om zich op de nieuwe pensioenwet voor te bereiden.