Het kabinet onderhandelde met de oppositie over de begroting van volgend jaar. Waarom eigenlijk en hoe gingen die onderhandelingen precies? NU.nl legt het u uit in vijf vragen.

Waarom onderhandelde het kabinet met de oppositie?

Het kabinet heeft in de Tweede Kamer een meerderheid om de eigen plannen erdoor te krijgen. Maar in de Eerste Kamer heeft het kabinet dat niet en dus is er steun van (een deel van) de oppositie nodig. Een "weeffout", zo stelden critici al snel, omdat een wet pas echt kan worden ingevoerd als de Eerste Kamer er ook mee instemt. De VVD en de PvdA bezetten samen echter maar 30 van 75 zetels in de Eerste Kamer.

In de Eerste Kamer wordt in Nederland wetgeving die al door de Tweede Kamer is behandeld, opnieuw tegen het licht gehouden. Er wordt gekeken of een wetsvoorstel wel uitvoerbaar is. De Tweede Kamer kan de tekst van een wetsvoorstel nog veranderen, de Eerste Kamer kan een wetsvoorstel alleen goedkeuren of afwijzen.

Deze problemen werden recent bijvoorbeeld nog eens duidelijk bij het nieuwe wetsvoorstel om de opbouw van het pensioen te verlagen. De gehele oppositie in de Eerste Kamer wees het voorstel af, waardoor er geen meerderheid bestond om voor de wet te stemmen. Het kabinet moet daarom de wet nu aanpassen of helemaal opnieuw opstellen. In beide gevallen moet de wet opnieuw worden behandeld in de Tweede Kamer.

Dit levert niet alleen een flinke vertraging op, ook is het nog onduidelijk wat dit nu betekent voor de bijna 3 miljard euro aan bezuinigingen die het kabinet door de maatregel had ingeboekt. Ook andere wetten die binnenkort door de Eerste Kamer worden behandeld, zoals die voor de jeugdzorg, langdurige zorg en de arbeidsmarkt kunnen onder druk komen te staan.

Waar gingen de onderhandelingen over?

In eerste instantie werd er alleen onderhandeld over de inhoud van de begroting voor volgend jaar, waar een extra bezuiniging van 6 miljard is ingeboekt. Veel oppositiepartijen zijn tegen deze bezuinigingen. De onderhandelingen waren dan ook nodig om de oppositie ertoe te bewegen om toch in te stemmen met de 6 miljard. 

Het is volgens minister Jeroen Dijsselbloem (Financiënin Brussel namelijk onbespreekbaar om minder te bezuinigen. Op de agenda van de onderhandelingen stonden ook gesprekken over de hervormingen, een eis van D66.

Vooral deze partij hecht er aan om de hervormingen rondom de WW en het ontslagrecht, die door het kabinet met werkgevers en werknemers in het sociaal akkoord voor 2016 zijn afgesproken, te versnellen.

Het kabinet gaf aan dat er wel ruimte is om te praten over het opbreken van het sociaal akkoord, maar dat de sociale partners daar wel achter moeten kunnen staan.

D66 wilde daarnaast meer geld voor onderwijs. De ChristenUnie en de SGP wilden beiden dat er meer financiële ruimte komt voor gezinnen, door bijvoorbeeld de bezuinigingen op de kindregelingen te versoepelen. De ChristenUnie wilde daarnaast dat er minder wordt bezuinigd op Defensie.

Welke partijen had het kabinet precies nodig voor een meerderheid?

De VVD en de PvdA bezetten samen maar 30 van 75 zetels in de Eerste Kamer. Om de benodigde 38 zetels voor een meerderheid te krijgen heeft de coalitie de steun nodig van andere partijen.

Het kabinet kwam uiteindelijk alleen met D66 (5 zetels), de ChristenUnie (2 zetels) en de SGP (1 zetel) uit. Hiermee behaalt het kabinet precies de benodigde 38 zetels.

Andere opties zoals met het CDA, dat in de Eerste Kamer 11 zetels heeft en GroenLinks (5 zetels) waren na geklapte onderhandelingen geen optie meer. Ook 50Plus (1 zetel) haakte na een aantal gesprekken af om het woord 'ouderen' in de voorstellen van het kabinet niet voorkwam, aldus de partij zelf.

Een combinatie met alleen D66 en de christelijke partijen was voor de PvdA vanuit ideologisch oogpunt lastig. Maar GroenLinks haakte af omdat het zich niet kon vinden in de hoogte van de bezuinigingen. Ook zag het te weinig vergroening in de voorstellen en maakt de partij zich zorgen om het eerlijk delen van de lasten in de samenleving.

SP, PVV en Partij voor de Dieren deden al eerder niet mee. Zij willen dat het kabinet aftreedt.

Wat heeft het kabinet de oppositie geboden?

Uit uitgelekte plannen blijkt dat het kabinet zou hebben voorgesteld om de hervormingen rondom het ontslagrecht een half jaar te versnellen. Dat geldt ook voor het quotum voor arbeidsgehandicapten, waarbij bedrijven minimaal 5 procent van het personeel  aan gehandicapten in dienst moeten hebben.

Het kabinet heeft ook toegezegd dat belastingen kunnen worden vergroend, een wens van GroenLinks. Dit betekent bijvoorbeeld een hogere belasting op auto's, water en afval. 

Belastingen op werkenden worden teruggedraaid. Ook was er sprake van verschuiving van belasting op werkenden naar bijvoorbeeld een belasting op directeuren en grootdeelaanhouders. Chronisch zieken en gehandicapten worden minder belast via een aftrek en de plannen om de belastingaftrek voor zzp'ers te verlagen ging waarschijnlijk niet door.

Ook was er ruimte voor een versoepeling van de bezuiniging op de kindregelingen, dat weer aansluit bij de wensen van de ChristenUnie en de SGP. Er zou ook 11 miljoen extra worden uitgetrokken voor mantelzorgers.

Het kabinet heeft voorgesteld 150 miljoen extra uit te geven aan onderwijs, 40 miljoen euro minder te bezuinigingen op Defensie en 10 miljoen minder op de veiligheidsdienst AIVD.

Hoe lang duurde de onderhandelingen?

De gesprekken met de oppositie zijn eind september begonnen en zijnop 11 oktober afgerond. Er werd dagen urenlang tot diep in de nacht vergaderd op het ministerie van Financiën.

Minister Dijsselbloem heeft voor de onderhandelingen zelfs een belangrijke vergadering van het IMF in Washington afgezegd. 

Het kabinet probeerde overeenstemming met de oppositie te krijgen voordat de algemene financiële beschouwingen, een belangrijk debat in de Kamer over de begroting van volgend jaar, plaatsvinden. Wegens de onderhandelingen is dit debat al twee weken uitgesteld. Ze staan nu op de agenda voor deze week.

Verschillende oppositiepartijen hebben herhaaldelijk laten weten geen haast te hebben. Zo stelde D66-leider Alexander Pechtold: "We moeten niet de fout maken dat het kabinet al tien maanden aan het onderhandelen is en de oppositie het dan in een paar dagen moet zeggen."