50Plus-leider Henk Krol legt zijn functie als volksvertegenwoordiger neer, nadat naar buiten is gekomen dat hij jarenlang de betaling van pensioenpremie voor zijn personeel heeft ontdoken. Hieronder de integrale tekst uit zijn brief die diverse media vrijdagochtend ontvingen.

Afscheidsbrief.

Mijn strijd is gestreden, mijn vijanden hebben gewonnen. Maar de strijd gaat door. Het is aan anderen om verder te strijden.

Na de publicatie in de Volkskrant is het voor mij onmogelijk door te gaan als volksvertegenwoordiger. Ik kan niet anders dan mijn functie neerleggen.

Mijn leven lang heb ik oprecht proberen te knokken om mensen in de verdrukking vooruit te helpen. Vijfendertig jaar deed ik dat voor een groep die duidelijk werd achtergesteld. In 1977 mocht ik, samen met vele anderen, de Miami Nightmare organiseren, een protest in het Concertgebouw tegen de Amerikaanse homohaatster Anita Bryant.

Daarna was ik vooral actief in de strijd voor de openstelling van het huwelijk, in mijn ogen nog steeds het fraaiste immateriële exportproduct van ons land.

Ik ben een strijder in hart en nieren, geen boekhouder. Ik kon mijn werk doen dankzij mensen op de achtergrond die aanvankelijk mijn financiën regelden, zoals mijn vader (accountant) en mijn toenmalige partner Joop Boonstra. Zonder hen had ik nooit kunnen doen wat ik deed.

Altijd maar was de strijd voor mij belangrijker dan de penningen. Mensen worden in mijn ogen immers gelukkiger van gerechtigheid dan van geld.

Door die overtuiging heb ik vaak keuzes gemaakt, die voor anderen onbegrijpelijk zullen zijn. Zonder goede financiële onderbouwing nam ik het samen met toenmalig eindredacteur Arjen Broekhuizen op voor de in onze ogen onschuldig veroordeelde, van moord verdachte, butler Dick van Leeuwerden. Het zou nog jaren duren voordat ons verhaal breed werd geloofd. De kosten voor het maandenlange journalistieke onderzoek konden nergens worden geclaimd.

Al twintig jaar geleden produceerden we de Gay Pravda om de homobeweging in Rusland te ondersteunen, ook weer zonder deugdelijke dekking.

Met de Gay Krant balanceerden we aan de rand van de afgrond na publicatie over de kwestie Anne Frankplantsoen waarbij een hoge ambtenaar zou zijn betrokken. Tot op de dag van vandaag blijft die zaak uiterst troebel.

Toen de aidsgolf over ons heen spoelde en vele slachtoffers vergde, gaven we in de Gay Krant, tegen de wens van de lezers in - die wilden liever verstrooiing en vermaak -, volop voorlichting in de hoop daarmee mensenlevens te redden.

Strijd was ook in mijn persoonlijke leven nodig toen ik veertien jaar geleden tegen kanker aanliep. Even werd het knokken voor anderen onderbroken voor knokken voor mezelf.

Na de openstelling van het burgerlijk huwelijk, mijn financiële steunpilaren waren inmiddels met pensioen of arbeidsongeschikt, was de dankbaarheid van de mensen die er gebruik van konden maken groot. Zeker ook van hun omgeving. Als alle bruiloftsgasten op dergelijke huwelijken, die vroeger ondenkbaar waren, 50 cent zouden hebben gedoneerd aan de strijders die het mogelijk hebben gemaakt, had de Gay Krant als strijder nooit financiële problemen hoeven kennen.

Drie jaar geleden ontdekte ik, dankzij Jan Nagel die mijn ogen opende, een nieuwe achtergestelde groep: de 50-plusser. Met alle overgave heb ik getracht de belangen van ouderen te verdedigen. Daarbij vooral strijdend voor gerechtigheid, waardering en respect.

Het was naïef van me om die strijd zo onbevangen aan te gaan. Ik had me moeten realiseren dat iedereen in Den Haag onder een vergrootglas ligt. Elk foutje uit het verleden wordt gewikt en gewogen. Als 63-jarige - het één na oudste Kamerlid - had ik moeten weten dat ik meer bagage met de daarbij behorende vlekjes en luchtjes zou hebben dan politici die recht uit de schoolbanken volksvertegenwoordiger worden.

Ik heb vele fouten gemaakt. Daardoor heb ik vijanden gekregen. Mijn strijd was echter immer oprecht, mijn aanpak evenwel niet altijd goed doordacht. Het is me onmogelijk geworden die strijd tot een goed einde te brengen.

Mijn fouten erken ik. Ik hoop dat mijn vijanden zullen begrijpen dat mijn bedoelingen goed waren. De strijd gaat verder. Ik ben op dit moment door al mijn krachten heen. Ik hoop dat anderen de strijd, die heel hard nodig is, zullen voortzetten.

Henk Krol