Premier Mark Rutte wil niet dat de overheid de participatiesamenleving afdwingt met beleidsmaatregelen.

Dat zegt hij in een vraaggesprek met NU.nl na afloop van een werkbezoek aan twee particuliere wijkinitiatieven in Amsterdam.

"Het laatste wat ik wil is zeggen: ik heb nu iets gezien en dat wil ik over heel Nederland uitrollen", aldus de premier.

Tijdens de Troonrede op Prinsjesdag introduceerde Koning Willem-Alexander de term participatiesamenleving. Hij stelde dat de klassieke verzorgingsstaat langzaam overgaat in een samenleving waarbij mensen steeds vaker de zorg voor elkaar regelen, zonder hulp van de overheid.

Woensdag bezocht Rutte onder meer een initiatief in de Indische Buurt in Amsterdam waarbij bewoners waardebonnen (Makkies) kunnen verdienen als zij een bijdrage leveren in de buurt. Met deze bonnen kunnen ze onder meer korting krijgen bij de Albert Heijn of naar een concert gaan.

Rutte ging ook langs bij een groep senioren in Amsterdam Zuid die elkaar en anderen, verenigd in StadsdorpZuid, op allerlei vlakken helpen. Zo zorgen ze voor gezelschap, klussen en zorgtaken.

Is dit wat de koning bedoelde met de participatiesamenleving?

"Het zijn voorbeelden waarbij mensen zelf heel veel organiseren en mijn indruk is dat dit een enorme vlucht neemt in Nederland. Ik zie dat ook in mijn eigen omgeving. Dan is de opgave voor de overheid om niet in de weg te lopen. En kijken hoe je als overheid een slimme verbinding kan zijn om daar net weer wat extra snelheid aan te geven."

Wat heeft u van de bezoeken opgestoken?

"Wat ik heel mooi vond is hoe ouderen in Amsterdam een verbinding leggen met de thuiszorgorganisaties. En hun gezamenlijke aanpak in de buurt voorkomt eenzaamheid en het creëert sociale netwerken." 

"In de Indische Buurt zie ik een meisje dat een idee heeft en een stichting opzet. Ze zei: ik erger me wild aan de heersende situatie. Die ergernis hoorde je steeds terug. Dat werd een enorme energie in haar leven, maar dat kan alleen als zoiets resoneert in de buurt. Het bewijs dat één persoon het verschil kan maken. "

Je hoort de initiatiefnemers vooral zeggen: de overheid zit in de weg.

"Dat vind ik ook echt mijn taak, maar ook van de gemeente om het zo te organiseren dat je verbinding kan zoeken tussen overheid en deze initiatieven, maar dat is een zoektocht."

"Mensen zeggen bij de participatiemaatschappij weleens: Oh, dus dan ga je als overheid met het vingertje wijzen en zeggen dat je meer met elkaar moet doen. Nee, zeg ik dan, dat gebeurt al. De staat loopt eerder achter dan voor. Dit neemt zó'n vlucht nu."

Heeft u al een idee hoe u die verbinding kan leggen?

"Hier is geen alomvattend concept voor. Ben je gek, we gaan niet met een plan komen, in godsnaam niet."

Hier in de Indische buurt in Amsterdam worden waardebonnen uitgedeeld, Makkies, aan mensen die iets goeds doen in de buurt. Is dat niet landelijk uit te rollen?

"Neeeee, het laatste wat je moet willen is dat ik dit oppak en het over heel Nederland moet uitrollen. Ik kan niet in Nederland zo'n meisje van zeventien kopiëren. Je moet dingen laten ontstaan."

Maar u ziet wel een trend in de samenleving dat de burger het overneemt van de overheid?

"De samenleving is met een fundamentele transformatie bezig. Er is minder geld, maar je ziet wel een bezielend verband tot stand komen, waarbij mensen steeds meer zelf organiseren. Dus je krijgt een hechtere samenleving. De taak voor de hele overheid is om die ontwikkelingen bij elkaar te brengen. We moeten gebruik maken van de kracht in de samenleving."

U heeft het over een ontwikkeling in de samenleving dat er steeds meer vanuit de samenleving zelf wordt georganiseerd. Schetst u eens een toekomstbeeld.

"Dat kan ik niet schetsen. Laat ik een voorbeeld geven. De verzorgingshuizen. Je ziet dat die in belang afnemen, omdat mensen steeds langer thuis blijven wonen. En vrienden en familie helpen daar een handje bij. En de initiatieven als die van vandaag zie ik afgelopen vijf jaar enorm toenemen."

"En dat heeft ongetwijfeld íets te maken met internet, íets te maken met de netwerksamenleving, íets te maken met de behoefte van mensen aan een bezielend verband en elkaar dus opzoeken om dingen te organiseren. Dan zie je zo'n buurthuis, dat wordt nu gerund door de mensen zelf."

De overheid dwingt verzelfstandiging ook af door zich terug te trekken. Hoe voorkomt u nou dat er mensen in de problemen komen die niet met die ontwikkeling van de participatiesamenleving mee kunnen?

"Dat is de opgave voor ons. Het schild van de overheid voor de zwakkeren moet er altijd zijn. Daarnaast moet de verzorgingsstaat toegankelijk blijven voor de middenklasse, iets waar Wouter Bos laatst nog voor pleitte in de Volkskrant. Ik ben het zeer met hem eens. Want anders verdwijnt het draagvlak onder de verzorgingsstaat. Dus de AOW, de WW, dat soort voorzieningen blijven voor iedereen open staan. Dat zijn ijzeren waarden."

Wat neemt u nu concreet mee vanuit dit werkbezoek?

"Zo wil ik nooit besturen! Het laatste wat ik wil is zeggen: ik heb nu iets gezien en dat wil ik over heel Nederland uitrollen. Het liefst zou ik morgen de makkies uitrollen, maar dat is precies wat ik niet moet doen."

U komt hier niet voor niks, u wilt inspiratie opdoen.

"Een van de dingen die ik zal doen is dit soort initiatieven in de spotlight zetten. Tegenover jou, of in speeches, Kamerdebatten. Zodat anderen daar ook weer inspiratie uit kunnen halen. En het inspireert mij om verder te surfen op een golf die breed in de samenleving zichtbaar is en waar de overheid tot nu toe te weinig van zag."