Leraren en schooldirecteuren van zowel basisscholen als in het voortgezet onderwijs hebben geen vertrouwen in het Onderwijsakkoord dat vorige week werd gesloten. 

Dat blijkt uit een representatief onderzoek (pdf) van DUO Onderwijsonderzoek.

Slechts 18 procent van de leraren en directeuren in het basisonderwijs vindt het akkoord 'geloofwaardig'. In het voortgezet onderwijs ligt dat percentage nog lager, namelijk 10 procent.

Leraren en directeuren in zowel het basis- als voortgezet onderwijs hebben er geen enkel vertrouwen in dat het akkoord leidt tot het verlagen van de regel- en werkdruk van leraren, zo blijkt uit de enquête.

Per saldo ziet slechts 11 procent van de leraren en directeuren in het basisonderwijs en 5 procent van de leraren en directeuren in het voortgezet onderwijs het Nationaal Onderwijsakkoord als een substantiële investering in de kwaliteit van het onderwijs.

Begrip

Voor de opstelling van het AOb (partner van de Stichting van het Onderwijs) om het Onderwijsakkoord niet te tekenen, hebben leraren en directeuren dan ook veel begrip.

Uit het onderzoek blijkt verder dat het vertrouwen in minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker sinds hun installatie (november 2012) aanzienlijk is afgenomen. Onder leraren en directeuren in het basisonderwijs is het vertrouwen in Bussemaker afgenomen van 79 naar 56 procent. In het voortgezet onderwijs is dit percentage verminderd van 73 naar 32 procent.

Ook staatssecretaris Dekker heeft flink aan vertrouwen binnen het onderwijs ingeboet. In het basisonderwijs heeft nog een kleine meerderheid (54 procent) vertrouwen in hem. Dat was tijdens zijn aantreden nog 81 procent. In het voortgezet onderwijs is dit percentage van 71 procent gezakt naar 32 procent.

Aan het onderzoek namen 289 schooldirecteuren en 314 leraren uit het basisonderwijs deel en 180 schooldirecteuren en 433 leraren uit het voortgezet onderwijs.