De kans dat het nog zo misloopt dat een school dicht moet, is kleiner geworden door het donderdag gesloten Onderwijsakkoord.

Dat zegt staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) tegen NU.nl in een duointerview met Onderwijsminister Jet Bussemaker.

De Rotterdamse school Ibn Ghaldoun moest onlangs sluiten nadat er eerder dit jaar een grootschalige examenfraude aan het licht kwam.

"Heel veel lessen werden daar onbevoegd gegeven. Dat gaan we terugdringen. Tegelijkertijd zeg ik: er zullen altijd goede en slechte scholen bestaan", aldus Dekker. 

"Het is onze taak om die slechte scholen zo snel mogelijk op de rails te krijgen en desnoods te sluiten."

In het Onderwijsakkoord is opgenomen dat leraren zich moeten inschrijven in een register waar hun bekwaamheden en bevoegdheden worden bijgehouden. Vanaf 2017 mogen er geen onbevoegde leraren meer voor de klas staan.

Agenda

Dekker en Bussemaker zien het Onderwijsakkoord als een agenda voor de komende tien jaar, waarbij afspraken zijn gemaakt over arbeidsvoorwaarden, vermindering van de regeldruk en investeringen in kwaliteit.

"Dit betekent een breuk met een tijd waarbij er steeds minder geld naar onderwijs ging en partijen hun eigen weg gingen", aldus Bussemaker. "Nu is er een gezamenlijke agenda, van basisonderwijs tot universiteit. We kunnen nu zelfs in een hele moeilijke tijd investeren in onderwijs."

Dekker vult aan: "We kunnen wel roepen dat het onderwijs beter moet en dat leraren moeten investeren in zichzelf, maar als er constant gesteggel over is kom je niet verder."

Hij benadrukt dat de tien jaar echt nodig is om de kwaliteit te verbeteren. "De kwaliteit van het onderwijs verander je niet overnacht. Dat is geen sprint maar een marathon."

Treurig

De PO-Raad en de HBO-Raad reageerden donderdag gereserveerd op het akkoord. Thom de Graaf, voorzitter HBO-Raad, liet aan NU.nl weten dat de investeringen in het hoger onderwijs te mager zijn.

Ook noemde hij het 'treurig' dat de investeringen gekoppeld zijn aan de invoering van het leenstelsel voor studenten, waar de HBO-Raad geen voorstander van is.

"Ik zou zeggen: tel je zegeningen", reageert Bussemaker. "Onderwijs is de enige sector waar niet wordt bezuinigd en waar zelfs geld bij komt."

Leenstelsel

De minister vindt dat ook D66 en GroenLinks met dit akkoord hun zegeningen moeten tellen. Deze partijen zijn voor een leenstelsel, maar willen het plan van Bussemaker pas steunen als zij veel meer investeert in het onderwijs.

"Het lenteakkoord, waar ze aan mee hebben gedaan, bevatte bezuinigingen op onderwijs. Een deel daarvan kunnen we nu terugdraaien en we kunnen ook nog extra investeren", aldus de minister.

Nullijn

Op Prinsjesdag ontstond onduidelijkheid of de nullijn voor leraren in 2014 of in 2015 van tafel gaat. Bussemaker: "Het is een ingewikkeld verhaal, want het gaat om een stapeling van maatregelen."

Ze legt uit dat een deel van het verhoogde loon uit 2015 al komend jaar kan worden uitgekeerd. Ook geeft het pensioenakkoord voor ambtenaren meer ruimte door een lagere pensioenpremie. Daarnaast hebben de cao-partijen de ruimte om secundaire arbeidsvoorwaarden in te zetten voor meer loon.

"Technisch hangt het ervan af wat de afspraken zijn die cao-partijen maken. Maar het kan tot een loonstijging van 3,5 procent leiden", aldus Bussemaker.

Bapo

De FNV-bond voor leraren, de AOb, tekende als enige niet mee met het akkoord. Zij waren het onder meer niet eens met het afschaffen van de bapo, een regeling om oudere docenten geleidelijk te laten uittreden.

Dekker stelt er geen moment aan te hebben gedacht de regeling te behouden om de AOb mee te kunnen krijgen. "Die regeling begint al vanaf 52 jaar. Steeds meer geld dat bedoeld is voor onderwijs, gaat naar leraren die thuis zitten. In het voortgezet onderwijs al 4 procent van de totale loonsom."

Overzicht Onderwijsakkoord