Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs verwacht dat de islamitische scholengemeenschap Ibn Ghaldoun failliet zal gaan.

Daarmee is de kans dat de school de schulden aan de overheid terug zal betalen ''uitermate klein''. Dat zei Dekker donderdagavond tijdens een debat in de Tweede Kamer.

Het Ibn Ghaldoun, waar dit jaar eindexamens werden gestolen, heeft 1,4 miljoen euro schuld bij het ministerie. Nog eens 800.000 euro schuld staat uit bij de gemeente Rotterdam.

''Mocht het tot een faillissement komen, dan gaan de vorderingen naar de curator. Maar de kans dat we er dan nog veel van terugzien, is uitermate klein'', aldus Dekker.

Volgens de staatssecretaris is dat echter een ingecalculeerd risico. ''Ik neem dit verlies voor mijn rekening'', aldus Dekker. Hij stelt dat het de consequentie is van het besluit om de bekostiging van de school in te trekken, dat de school ophoudt te bestaan. ''Schuldeisers zullen dan zeer waarschijnlijk hun geld niet terugzien'', vatte hij samen.

Dekker trok eerder deze week de financiering van het Ibn Ghaldoun in omdat de kwaliteit van het onderwijs op de Rotterdamse school onder de maat is. Daardoor krijgt de school vanaf 1 november geen geld meer van de overheid.

Leerlingen

In Rotterdam wordt ondertussen gekeken hoe de leerlingen van de school opgevangen moeten worden als de school de deuren sluit. Het zou kunnen dat de leerlingen over verschillende scholen verdeeld worden. Ook is het mogelijk dat de leerlingen bij elkaar worden gehouden en gezamenlijk op een andere scholengemeenschap terecht komen. Wat de oplossing ook zal zijn, het geld voor het onderwijs van deze leerlingen zal met hen meegaan naar de nieuwe school.

Ook als leerlingen zich na 1 oktober inschrijven op een andere school zal dat het geval zijn. Op 1 oktober telt het ministerie het aantal leerlingen op een school en stelt op basis daarvan de bekostiging vast. Maar in dit uitzonderlijke geval zal daar soepel mee om worden gegaan, aldus Dekker.

Bevoegde leraren

Op zwakke en zeer zwakke middelbare scholen gaat de onderwijsinspectie de komende jaren extra in de gaten houden of er wel voldoende bevoegde docenten voor de klas staan, zo belooft Dekker de Kamer. Hij zei in reactie op een voorstel van PvdA-Kamerlid Tanja Jadnanasing.

''Het gaat niet om een zwaar opgetuigde administratie'', aldus Jadnanansing. ''Maar om controle op scholen waar het kennelijk mis is met onderwijskwaliteit en het er dik inzit dat de onbevoegdheid van docenten hiermee te maken heeft.''

Dekker vindt een tijdelijke oplossing ook nodig. Vanaf 2017 is er een lerarenregister, waar alle leraren in moeten komen te staan. Op die manier kan worden bijgehouden of iemand de juiste papieren heeft om les te geven.

Bureaucratisch

Tot die tijd moet er extra aandacht zijn voor de bevoegdheid van docenten op scholen waar het niet goed gaat, vindt ook de staatssecretaris. Zo werd op de Rotterdamse Ibn Ghaldounschool, waar dit jaar 27 eindexamens werden gestolen, tussen de 45 en 80 procent van de lessen niet door een bevoegde docent gegeven. Het gemiddelde in Nederland is veel lager: tussen de 15 tot 20 procent.

In het verleden waren scholen verplicht bij de inspectie te melden welke leraren bevoegd waren en wie niet. Omdat dit nogal bureaucratisch was, is die regel afgeschaft. Scholen zijn nu zelf verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat leraren bevoegd zijn. Dekker heeft echter het gevoel dat dit lang niet overal goed gaat en dat er te vaak uitzonderingen worden gemaakt.