Minister Dijsselbloem van Financiën wil af van de situatie waarin banken zo groot en cruciaal voor de economie zijn dat ze niet mogen omvallen vanwege de rampzalige gevolgen van een faillissement voor de economie.

Deze situatie, die tijdens de afgelopen jaren van financiële crisis, 'too big to fail’ werd genoemd, leidde er toe dat overheden wereldwijd banken moesten redden.

In Nederland gebeurde dat door ABN Amro en SNS Reaal over te nemen en door ING kapitaalsteun te verschaffen. Dijsselbloem wil op dit punt een "fundamentele omslag", zei hij maandag in een debat in de Tweede Kamer.

De risico's moeten verschoven worden van de overheid en de belastingbetaler naar de beleggers en investeerders in de financiële sector, aldus de PvdA-minister.

Investeerders

De situatie met systeembanken die te groot zijn om te laten omvallen leidt nu nog tot oneerlijke concurrentie en hogere prijzen. De grote banken wisten immers dat ze toch gered zouden worden door de overheid en de belastingbetaler.

Dijsselbloem: "We gaan de risico's terugduwen in de sector. Beleggers en kapitaalverschaffers krijgen te maken met waardeverlies als de bank in de problemen is en moet worden geherkapitaliseerd. Dat is een fundamentele omslag in de manier waarop we met 'too big to fail' omgaan."

Mechanisme

Het kabinet steunt voorstellen van de Europese Commissie over een mechanisme dat in werking treedt als een Europese bank failliet gaat of dreigt te gaan.

Het mechanisme moet bestaan uit een onafhankelijke 'resolutieautoriteit' en een door de Europese banken zelf gevuld 'resolutiefonds'.

De voorstellen werden in juli door de Europese Commissie gepresenteerd en zijn onderdeel van de Brusselse plannen voor een Europese bankenunie. Centraal toezicht op de Europese banken valt ook binnen de bankenunie.

Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën laat in de kabinetsreactie op de voorstellen van de Europese Commissie weten dat het mechanisme zo moet werken dat tijdig ingrijpen bij banken in de problemen gegarandeerd wordt.

Spaartegoeden

Ook moeten de kosten van een faillissement zo veel mogelijk bij private partijen worden neergelegd, waarbij spaartegoeden tot 100.000 euro gegarandeerd blijven.

De nog op te richten resolutieautoriteit moet zo onafhankelijk mogelijk zijn en snel en effectief kunnen ingrijpen. De verliezen op failliete banken moeten in eerste instantie worden gedragen door de aandeelhouders en crediteuren. Als het nodig is kan een privaat, door de banken zelf gefinancierd Europees resolutiefonds worden ingezet, aldus het kabinet.