Volgens premier Mark Rutte is er op het moment in politiek Den Haag sprake van een ''herdefiniëring'' van de relatie tussen oppositie- en coalitiepartijen. 

Hij zei dat maandag nadat hij in Amsterdam Elseviers H.J. Schoo-lezing had uitgesproken.

Rutte doelde op oppositiepartijen die zich bereid hebben getoond met het kabinet samen te werken om akkoorden te sluiten, zoals D66, ChristenUnie en SGP in februari bij het woonakkoord deden.

Het besef dringt volgens Rutte door dat het land wel bestuurd moet worden. ''Dat is zichtbaar en ik ben ervan overtuigd dat het onderdeel zal blijven van onze politieke cultuur de komende tien, vijftien jaar. Andere verhoudingen tussen oppositie en coalitie. En dat is spannend.''

Voor Rutte is hier mogelijk ook de wens de vader van de gedachte. Hij heeft steun van oppositiepartijen nodig om zijn kabinetsbeleid door de Eerste Kamer te krijgen, waar de coalitie van VVD en PvdA geen meerderheid heeft.