Het buitenlandbeleid van het kabinet wordt bepaald door de VVD. Binnen de PvdA-fractie in de Tweede Kamer is geen ruimte voor een ander geluid op het terrein van buitenlandse zaken en ontwikkelingssamenwerking. 

Daarom stapte Désirée Bonis deze zomer op als PvdA-Kamerlid. Dat schrijft ze zaterdag in een opiniestuk in NRC Handelsblad.

Bonis was het onder meer niet eens met de Nederlandse standpunten over een EU-trainingsmissie in Mali en de status van de Palestijnen bij de VN. De oud-ambassadeur in Syrië had ook liever gezien dat Nederland meer Syrische vluchtelingen opneemt.

De druppel die voor Bonis de emmer deed overlopen was een debat waarin haar voorstel om niet zomaar nauwere banden met Israël aan te knopen, sterk werd afgezwakt en vervolgens ontraden. Maar ook bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking, een strenger vreemdelingenbeleid en de aanschaf van de JSF stuitten haar tegen de borst.

In haar ogen zouden Kamerleden van coalitiepartijen meer ruimte moeten hebben om eigen standpunten in te nemen en zaken te doen met de oppositie. Omdat het Bonis aan deze bewegingsvrijheid ontbrak, besloot ze op te stappen.

Servaes

PvdA-Kamerlid Michiel Servaes zei zaterdag in het radioprogramma TROS Kamerbreed zich niet te herkennen in het beeld dat Bonis schetst. Volgens hem was het vorige kabinet naar binnen gericht, maar staat het kabinet waar de PvdA aan deelneemt nu met het gezicht naar de wereld. ''Er is echt een andere koers."

Binnen de PvdA-fractie is wel degelijk ruimte voor overleg, stelt Servaes. Er wordt stevig gediscussieerd, ook over buitenlands beleid, maar als een Kamerlid niet achter het standpunt van de fractie kan staan, wordt het moeilijk.