Gemeenten kopen met enige regelmaat Wob-verzoeken van burgers af. Op die manier proberen ze de inzet van extra ambtenaren en de uitbetaling van hoge dwangsommen te voorkomen. 

De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) bevestig naar aanleiding van berichtgeving in De Volkskrant dat dit 'af en toe gebeurt'. Voor ongeveer 300 euro proberen ze een indiener te overtuigen af te zien van diens recht op informatie. 

Met een Wob-verzoek (Wet openbaarheid bestuur) kunnen burgers de overheid dwingen tot het openbaar maken van informatie.

Om onnodige vertraging te voorkomen, heeft de indiener recht op maximaal 1.260 euro als gemeenten niet snel reageren. Maar hierdoor zijn bepaalde verzoeken puur gericht op financieel gewin, klagen gemeenten al jaren.

Goedkoper

"We weten dat het af en toe gebeurt", zegt woordvoerster Liane ter Maat van VNG tegenover NU.nl. "Als gemeenten weten dat het de indiener enkel gaat om financiëel gewin, kan de afweging worden gemaakt dat het meer geld kost om het op een dwangsom aan te laten komen dan het verzoek af te kopen. Het is een goedkoper alternatief."

Minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) is niet te spreken over de handelwijze van de gemeenten. "Dit is oneigenlijk gebruik van gemeenschapsgeld", stelt Plasterk. "Het illustreert wel dat er door de combinatie van de Wet dwangsom en de Wob oneigenlijke situaties zijn ontstaan. De wet moet snel worden aangepast."

"De minister kan niet anders zeggen", reageert Ter Maat op de woorden van de minister. "Aan de andere kant is financiëel gewin dankzij een Wob-verzoek ook verkeerd gebruik van gemeentegelden. Dat moet afgelopen zijn."