Het kabinet verwacht snel een besluit te nemen over de toekomst van ABN Amro. Dit heeft minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën) dinsdag gezegd na afloop van begrotingsonderhandelingen van het kabinet.

"Dat gebeurt misschien zelfs al sneller dan over een paar weken", zo stelde Dijsselbloem in antwoord op een vraag. "De beslissing valt op korte termijn."

Een woordvoerder van Dijsselbloem benadrukt dat dit niet betekent dat het kabinet van plan is om de bank ook binnen enkele weken te verkopen.

Het kabinet zou het geld van een mogelijke verkoop van de bank goed kunnen gebruiken in deze lastige economische tijden.

Zoveel mogelijk geld

"We moeten proberen zoveel mogelijk geld terug te verdienen van wat er in is gestoken", aldus Dijsselbloem. "Maar ik heb altijd gezegd dat ik niet vind dat de bank in staatshanden moet blijven." De Nederlandse staat betaalde in oktober 2008 16,8 miljard euro voor Fortis Bank Nederland, ABN Amro Nederlanden de Nederlandse verzekeringsactiviteiten van Fortis.  

Dijsselbloem heeft beloofd op korte termijn een brief over de toekomst van ABN Amro naar de Tweede Kamer te sturen. Voor het zomerreces had hij al aangekondigd de toekomstplannen voor de genationaliseerde banken als ABN Amro, ASR en SNS Reaal aan de Kamer te sturen.

Op een bijeenkomst van de PvdA in Amsterdam deze week zou Dijsselbloem ook al op een snel besluit over ABN hebben gehint. Hij zou gezegd hebben dat 'in deze tijd'  kritische keuzes gemaakt moet worden over waar het kabinet het geld voor inzet.

Tafelzilver

Voorzitter Bernard Wientjes van werkgeversorganisatie VNO-NCW stuurde eind juni nog aan op de verkoop van ABN Amro, SNS Reaal, verzekeraar ASR en de hypotheekportefeuille van ING. "Daarmee haal je vele miljarden op. Het is tafelzilver dat de staat nooit heeft willen hebben", aldus Wientjes.

Hij noemde de huidige economische situatie dramatisch en het sociaal akkoord een "extreem zorgelijke ontwikkeling."

Daarom zou het kabinet moeten zoeken naar alternatieve manieren om de crisis te lijf te gaan.

Kritiek

Dit pleidooi werd door het kabinet en de Nederlandsche Bank echter kritisch ontvangen. Zo stelde DNB-president Klaas Knot dat de verkoop hoogstens een incidenteel effect zou hebben en dat er alsnog bezuinigd moeten worden om de overheidsfinanciën op orde te kunnen brengen.

"Dit plan doet alleen iets tegen de staatschuld, maar niets voor de lopende rekening. Het gat in de overheidsfinanciën wordt niet gedicht. De verkoop zou maar een eenmalige bate opleveren, terwijl het gat zich daarna ieder jaar weer zou voordoen", aldus Knot. 

Opbrengsten

Volgens Knot kan bij een verkoop nu bovendien nooit het beste bedrag voor de banken worden opgehaald, zolang de economische vooruitzichten 'nog steeds donker' zijn. 

Ook premier Mark Rutte, minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken)en minister Jeroen Dijsselbloem spraken zich tegen het plan uit.Ook zij wezen er op dat deopbrengst onder de huidige marktomstandigheden waarschijnlijk tegen zal vallen.

Dijsselbloem liet eind juni nog weten 'geen doldwaze dagen' te gaan organiseren. "Dit is geen oplossing voor de problemen die we nu hebben."

Vijf vragen beantwoord over de begrotingsonderhandelingen