Oud-minister Ed Van Thijn is geschokt over het voorstel van het kabinet om weer te gaan werken met criminele burgerinfiltranten.

De PvdA'er uit zijn verontwaardiging dinsdagavond in het NCRV-programma Altijd Wat. Van Thijn was burgemeester van Amsterdam toen in 1993 werd ontdekt dat de werkwijze van het zogeheten IRT-politieteam met criminele infiltranten volledig uit de hand was gelopen.

"Ik ben verbijsterd", stelt Van Thijn nu. "Leren we dan nooit van het  verleden? Het parlement heeft geen collectief geheugen.''

Tijdens de IRT-affaire werden tientallen containers met hasj en cocaïne met instemming van de politie en justitie geïmporteerd en op de markt gebracht. "Dat vond ik onverantwoord. We vroegen ons af: wie controleert nu wie? Controleert de politie de maffia of is het omgekeerd?''

Afgetreden

Van Thijn trad in 1994 af na een debat in de Tweede Kamer over de IRT-affaire. Minister Ivo Opstelten (Justitite) wil op aandringen van de Tweede Kamer nu toch weer criminele burgerinfiltranten gaan inzetten.

Van Thijn: ''Ik ben geschokt over zoveel hardleersheid. Het is niet te sturen, per definitie niet. Want men moet in een goed blaadje komen bij de maffia. Hoe de minister dat denkt te kunnen sturen is mij een raadsel.''

Van Thijn stelt dat de politiek ''nog tien nachten moet slapen'' voordat het plan wordt aangenomen. Kamerleden moeten in zijn ogen de conclusies van het Van Traa-rapport lezen. Deze Parlementaire Commissie Bijzondere Opsporingsbevoegdheden, onder leiding van Maarten van Traa, bekritiseerde het gebruik van criminele burgerinfiltranten.