De schuld van de decentrale overheid loopt op. Gemeenten, provincies, waterschappen stonden in het eerste kwartaal van dit jaar samen meer dan 70 miljard euro in het rood.

Dat blijkt vrijdag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In het eerste kwartaal van 2006 bedroeg de totale schuld van deze overheden 50,3 miljard euro, nu is dat 70,5 miljard euro. Dat betekent dat in 7 jaar tijd de schulden met 40 procent zijn gestegen.

Volgens het CBS hebben de decentrale overheden sinds 2001 ''jaarlijks een tekort op hun lopende en kapitaalrekening’’. Dat houdt in dat er meer wordt uitgegeven dan dat er binnenkomt, waardoor de schulden stijgen. '' Dit is vooral het gevolg van de crisis en daarmee samenhangende bezuinigingen’’, aldus het CBS.

Gemeenten hebben inmiddels gezamenlijk ruim 52 miljard euro schuld, provincies bijna 6 miljard, waterschappen bijna 7,5 miljard en de zogenoemde gemeenschappelijke regelingen ruim 5 miljard.

Samenwerking

De gemeenschappelijke regelingen zijn overigens samenwerkingsverbanden tussen voornamelijk gemeenten, zoals Drechtsteden en Holland Rijnland. Ze werken samen op bijvoorbeeld het gebied van afvalverwerking en openbaar vervoer.

De schuld van 70 miljard euro is overigens geen absoluut record. In de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw schommelde de schuld van de decentrale overheden regelmatig tussen de 70 en 80 miljard euro. Die schuld was toen zo hoog omdat gemeenten geld leenden bij het Rijk, om zo woningcorporaties te financieren.