Er blijft nog 2,1 miljoen euro subsidie beschikbaar voor onderwijs in het buitenland. Dat heeft de Tweede Kamer donderdag besloten.

De Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland (NOB) zou eigenlijk de gehele subsidie van 8,2 miljoen euro verliezen.

Minister Jet Bussemaker vond het niet nodig om de subsidieperiode te verlengen. Volgens haar hoeft onderwijs in het buitenland niet per se door haar betaald te worden.

De coalitie van VVD en PvdA wil echter niet dat de hele NOB verdwijnt, omdat deze organisatie ook de kwaliteit van leraren in de gaten houdt. Daarom legden zij aan de kamer voor om een kwart van de subsidie te behouden. Dat geld moet worden gezocht binnen het al bestaande budget van 10 miljoen euro voor de Europese scholen.

De NOB is momenteel betrokken bij het Nederlands onderwijs op zo'n 200 scholen in 80 landen.

Godsdienst

De Kamer sprak donderdag ook uit dat Bussemaker ernaar moet streven om geld vrij te houden voor godsdienst- en levensbeschouwelijk onderwijs op openbare scholen. Ouders hebben het recht dat onderwijs aan te vragen voor hun kinderen, als scholen er zelf geen aandacht aan besteden. ''Dat recht zou zwaar onder druk komen te staan als de subsidie wegvalt’’, aldus Joël Voordewind van de ChristenUnie.