De Nederlandse inlichtingendiensten maken geen gebruik van het Amerikaanse aftapprogramma PRISM.

Dat zegt minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) vrijdag na afloop van de ministerraad.

"De AIVD en de MIVD hebben geen onbelemmerde toegang tot het internetverkeer en het mobiele telefoonverkeer, ook niet via buitenlandse inlichtendiensten", aldus Plasterk. 

Volgens Plasterk kan dit alleen als dat in het belang is van de nationale veiligheid.

Gericht zoeken

De minister benadrukt nog wel dat Nederland niet weet hoe buitenlandse inlichtingendiensten aan hun informatie komen. Het kan dus wel zijn dat wanneer Nederland gericht zoekt naar iemand de informatie die gegeven wordt door andere landen afkomstig is uit PRISM.

Plasterk schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat de mate van samenwerking tussen veiligheidsdiensten wordt bepaald aan de hand van bepaalde criteria.

Zo wordt gekeken hoe de inlichtingdienst democratisch is ingebed en of mensenrechten in het desbetreffende land worden gerespecteerd. Het wettelijke kader van het eigen land is leidend, schrijft Plasterk, al is dit dus niet altijd inzichtelijk.

Bevoegdheden

In de Grondwet en het Europese verdrag (EVRM) is de persoonlijke levenssfeer in Nederland verankerd. In de zogeheten Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten zijn bevoegdheden vastgelegd om hierop in te breken.

Hierin is volgens de minister een goede balans gevonden bij het opstellen van de wet. Een commissie (CTIVD) ziet toe op de rechtmatigheid van de inzet van bevoegdheden door AIVD en MIVD.

Grasduinen

Een anonieme AIVD-agent vertelde eerder deze maand nog dat de inlichtingendienst wel data aftapt uit PRISM.  

"Alle grote commerciële internetdiensten worden gedwongen een applicatie aan te leveren waarmee diensten onbeperkt kunnen grasduinen", aldus de agent.

Vijf dingen die je moet weten over PRISM

Lees al het nieuws over PRISM in ons dossier