Provincies en gemeenten mogen de intensieve veehouderij gaan beperken in hun gebied als de volksgezondheid in het geding is.

Staatssecretaris Sharon Dijksma (Economische Zaken) gaat de wet aanpassen, zodat lokaal kan worden bepaald hoe groot een stal of megastal mag zijn en hoeveel dieren erin gehouden mogen worden.

Ook wordt het voor de regionale en lokale overheden mogelijk nieuwe veebedrijven te weren of uitbreiding van een bestaand bedrijf te weigeren. Een gebied kan daarmee volledig 'op slot' worden gezet, meldde de staatssecretaris vrijdag na afloop van de ministerraad.

Dijksma legt deze bevoegdheden bij de lagere overheden, omdat er overal maatwerk moet worden geleverd. De omvang van veehouderij en de intensiteit daarvan zijn immers afhankelijk van de omgeving, stelt de staatssecretaris.

Het is voor de provincies en gemeenten nu al wel toegestaan omwille van ruimtelijke ordening een veebedrijf beperkingen op te leggen.

Q-koorts

De staatssecretaris is blij dat de Nederlandse agrarische sector het zo goed doet, omdat deze de motor van de economie is. Tegelijkertijd wil Dijksma waken voor ongebreidelde groei.

Er moet rekening worden gehouden met de risico's voor de volksgezondheid, vindt ze. Dijksma trekt dan ook 3,4 miljoen euro uit voor onderzoek naar de gezondheidseffecten van veehouderijen.

Vooral na de uitbraak van de Q-koorts, maar eerder ook al na de mond-en-klauwzeer, werd veel kritiek geuit op de grote en zeer grote veebedrijven. Daardoor is de maatschappelijke waardering voor producten uit de veehouderij onder druk komen te staan, schrijft de staatssecretaris.

De voorganger van Dijksma, Henk Bleker, had eerder voorgesteld om een landelijke norm in te voeren voor het aantal dieren in een bedrijf. Hij stelde voor om de grens onder meer te leggen bij 175.000 leghennen of 240.000 vleeskuikens. Dat plan is met het voorstel van Dijksma van tafel.

Kritiek

De plannen van Dijksma zijn niet zonder kritiek ontvangen in de Tweede Kamer. VVD en PvdA willen graag nog voor de zomer schriftelijk vragen stellen over het voorstel, op werkbezoek en een overleg met de sector en andere belanghebbenden.

''Op die manier willen we het standpunt van het kabinet verder verkennen'', aldus een woordvoerster van de VVD.

De partij is voorstander van de intensieve landbouw en zal daarom kritisch naar de plannen van Dijksma gaan kijken. Coalitiegenoot Tjeerd van Dekken (PvdA) ziet de wet wel als een belangrijke stap om de ongeremde groei van de bio-industrie tegen te gaan.

Onduidelijkheid troef

Volgens het CDA is het onduidelijkheid troef nu er nog meer regels komen waar gemeenten en provincies gebruik van kunnen maken. ''De veehouderij is belangrijk voor onze economie maar dit kabinet belemmert voorlopig de ruimte om te ondernemen", aldus Kamerlid Jaco Geurts.

Ook Elbert Dijkgraaf van de SGP vreest onzekerheid en willekeur, maar is blij dat er geen landelijke norm is opgelegd. Volgens hem zijn de regionale verschillen daarvoor te groot. D66-Kamerlid Gerard Schouw vraagt zich daarentegen af of het wel verstandig is om geen norm vast te leggen.

''Het kan ook enorm uit de klauwen lopen als een gemeente of provincie zegt: kom maar op met die megastallen", stelt Schouw, die de richting van het voorstel van Dijksma overigens goed vindt.

Thieme

Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren is helemaal niet te spreken over de plannen. Zij vindt dat Dijksma de problematiek van de megastallen afschuift op de lokale en regionale overheden. Ook baalt ze ervan dat de weging van mogelijke gezondheidsrisico’s niet landelijk wordt geregeld en dat Dijksma niet bepaalt hoeveel vee er in ons land gehouden mag worden.

Ook GroenLinks vindt het hoog tijd voor een landelijk verbod op megastallen. ''We hebben lang genoeg op een schandalige manier met dieren omgesprongen. De groei van de industriële veeteelt is niet goed voor Nederland", aldus Kamerlid Jesse Klaver.

Enthousiast

De provincie Noord-Brabant constateert in het kabinetsstandpunt een gekantelde denklijn op het ministerie van Economische Zaken. Gedeputeerde Yves de Boer is blij dat er na lang wachten aandacht is voor een betere balans tussen economie en de zorgen over de volksgezondheid.

Hij is bovendien tevreden over de ruimte die provincies en gemeenten krijgen om harde criteria te gaan ontwikkelen zoals Brabant eerder deed met een maximumgrens voor megastallen. De Boer benadrukt wel dat het nog lastig is om normen goed te onderbouwen zodat een rechter die goedkeurt.

GGD

Ook de GGD in Brabant is enthousiast dat het kabinet een verband legt tussen aantallen vee en grootte van stallen en de volksgezondheid. Volgens hoofd infectieziektenbestrijding Jos van de Sande is dat voor het eerst. ''Het was altijd mijn strijdpunt."

De GGD is blij dat het kabinet erkent dat er een probleem is. ''Op sommige plaatsen is echt een grens bereikt en het is goed dat je daar mee aan de slag gaat."

Van de Sande bevestigt dat concrete grenzen aan aantallen dieren en grootte van stallen nog niet te noemen zijn. Voor het vaststellen van een norm is nader onderzoek nodig, zo benadrukt hij.