Werkgevers en werknemers hebben met het kabinet overeenstemming bereikt over de aftrekbaarheid van de pensioenopbouw. Maar de sociale partners zijn nog niet tevreden met de uitkomst.

Dit laten de sociale partners vrijdag weten aan NU.nl. "Dit is zeker geen akkoord."

"We willen nog verder gaan. We constateren alleen dat er nu niet meer inzit", zo laat een woordvoerder van vakcentrale FNV weten.

Staatssecretaris Frans Weekers (Financiën) repte in een brief aan de Tweede Kamer wel over een akkoord met de sociale partners. Dat de onderhandelingen over de pensioenopbouw al een week langer duurde dan de deadline die het kabinet daarvoor had gesteld, voorspelde echter al onenigheid. 

Pensioenpremie

In het regeerakkoord was afgesproken dat het percentage van de pensioenpremie dat van belasting afgetrokken mag worden, omlaag moet.

Dat percentage zou in 2015 van 2,25 procent naar 1,75 procent per jaar gaan, waarmee het kabinet meer belastinginkomsten wil ophalen. De regeling zou 2,9 miljard euro per jaar moeten opleveren in 2017.

In het voorstel van de sociale partners gaat dit percentage nu naar 1,85 procent. Zij hopen de komende tijd echter nog te komen tot een aftrek van 2 procent. 

Dit paste echter niet binnen de 250 miljoen euro die het kabinet in het sociaal akkoord voor een alternatief plan  beschikbaar had gesteld.

Minder pensioen

Werkgevers en werknemers zijn erg kritisch op de plannen van het kabinet, omdat met de maatregel minder pensioen opgebouwd kan worden. Ook uit andere hoeken, zoals van de Raad van State, werd kritisch op het voorstel gereageerd.

De Raad liet weten te betwijfelen of het straks nog mogelijk is ''een adequate pensioenvoorziening te realiseren." Ook vanuit de Kamer klonk kritiek. "De plannen hebben forse gevolgen, vooral voor jongeren", zo liet Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) nog weten aan NU.nl. 

Alternatieven

De sociale partners laten weten de komende tijd nog naar aanvullende maatregelen te zoeken om de aftrekbaarheid toch naar de 2 procent te trekken. Dit percentage is voor de werkgevers het maximaal haalbare. 

"We beseffen ons dat het geld dat hiervoor nodig is niet van de overheid kan komen", zo laat een woordvoerder van de FNV weten, omdat dit is afgesproken in het sociaal akkoord. De partners zien dan ook een oplossing in het vrijkomen van de gelden van prepensioen regelingen (VPL), die door pensioenfondsen voor de sociale partners worden beheerd. Deze komen echter over een paar jaar pas vrij. 

Weekers laat in zijn brief aan de Kamer weten in dit voorstel niets te zien. "Er is op dit punt geen sprake van een budgettaire ruimte", aldus Weekers. Dit komt volgens de staatssecretaris omdat het CPB in de ramingen al rekening houdt met het vrijkomen van de gelden.

Complexer

Voorlopig gaan de partners dus mee met de aanpassing van de oorspronkelijke plannen van het kabinet. Weekers stelt in zijn brief aan de Kamer dat dit plan wel complexer is in de uitvoering dan die van het regeerakkoord, wat leidt tot extra administratieve lasten. 

Door dit complexer systeem zal er bovendien meer met deelnemers uit pensioenfondsen gecommuniceerd moeten worden, zo stelt Weekers. Zo zal er een bruto en een netto overzicht van de pensioenopbouw moeten komen. 

De staatssecretaris zal het voorstel van de partners de komende dagen nog verder uitwerken. Op 17 juni wordt de nieuwe wetgeving nog besproken in de Tweede Kamer. 

Sparen

De sociale partners hebben de volgende spaaropties voorgesteld: eén voor een inkomensgedeelte boven de 100.000 euro en één voor het inkomensgedeelte onder dat bedrag. Werkenden kunnen in dit plan uit hun netto inkomen een bedrag inleggen voor pensioensparen. Eventuele werkgeversbijdragen hieraan worden belast.

Over het opgebouwde bedrag hoeft echter geen vermogensrendementheffing betaald te worden en ook over de uitkering wordt geen loonbelasting ingehouden.

Lees ook: 'Overheid moet duidelijker zijn over pensioengevolgen'