Nieuwe Europese regels voor het beschermen van persoonsgegevens gaan het Nederlandse bedrijfsleven jaarlijks 1,1 miljard euro kosten. 

Dat stelde minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) donderdag in Luxemburg, waar hij met zijn collega's de plannen van de Europese Commissie in Brussel besprak.

Opstelten baseert zich op de voorlopige uitkomsten van een onderzoek dat hij en de minister van Economische Zaken laten uitvoeren naar de mogelijke gevolgen van de toekomstige Europese databescherming.

''Wij maken ons grote zorgen over de administratieve lasten en de kosten die gemoeid zijn met de naleving van de nieuwe regels'', aldus Opstelten. Nu bedragen de kosten voor het bedrijfsleven om data te beschermen 72 miljoen euro per jaar.

Aanpassing

De minister spreekt over het belangrijkste pijnpunt in de plannen van Brussel, die op zich worden verwelkomd. Opstelten pleit voor een aanpassing zodat er geen algemene verplichtingen voor bedrijven komen, maar regels die er meer op gericht zijn om risico's te vermijden.

In deze economische omstandigheden moet extra bureaucratie worden voorkomen, aldus de VVD-bewindsman.

Door onder meer de weerstand tegen de extra lasten en kosten lijken de EU-lidstaten nog ver verwijderd van een akkoord over de bescherming van persoonsgegevens, stellen diplomaten.

Tegenstrijdige regels

De Europese Commissie wil databescherming in de unie moderner en uniformer maken. Nu gelden in EU-landen afwijkende en vaak tegenstrijdige regels, aldus Brussel. De voorstellen moeten de oude, minder bindende afspraken uit 1995 vervangen.

Als de EU-lidstaten tot een akkoord komen, is er nog overeenstemming nodig met het Europees Parlement. Dat eist talrijke wijzigingen.