Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken) gaat onderzoek doen naar de arbeidsmarktpositie van werkenden in de bijstand.

Dat zei zij woensdag in het debat over de bijstand. Het onderzoek was een verzoek van een groot deel van de Tweede Kamer.

Uitkeringsgerechtigden moeten sinds kort een maatschappelijke tegenprestatie leveren voor hun uitkering. De staatssecretaris erkende in navolging van vakcentrale FNV en de Kamer dat dit leidt tot 'ingewikkeldheden'.

Zo zou onduidelijk zijn welke werkzaamheden er precies onder de tegenprestatie worden verstaan. Ook bestaat het gevaar van verdringing op de arbeidsmarkt, doordat uitkeringsgerechtigden als goedkope arbeidskrachten worden ingezet.

Visie

De PvdA stelde voor om eerst de inspectiedienst van Sociale Zaken onderzoek te laten doen naar de huidige situatie. Daarna zou Klijnsma met de Sociaal Economische Raad (SER) en de gemeenten tot een kabinetsvisie moeten komen op de onderkant van de arbeidsmarkt.

Klijnsma wil echter nog bezien wie het onderzoek moet uitvoeren, ze zal dit voor de zomer aan de Kamer laten weten. Ze wil daarbij ook kijken naar wat er wel goed werkt.

Volgens haar is er geen sprake van een 'gigantisch probleem', maar zijn gemeenten aan het doordenken hoe ze invulling geven aan de tegenprestatie.

In het regeerakkoord is afgesproken dat de tegenprestatie voor iedereen geldt. Wel stelt ze dat gemeenten de vrijheid hebben om een alternatief te zoeken als een tegenprestatie in de vorm van werk er niet in zit.

Volgens SP-Kamerlid Sadet Karabulut mag een bijstandsgerechtigde maximaal zes maanden voor een gemeente of werkgever aan de slag om te voorkomen dat zij als goedkope arbeider worden ingezet.