Vreemdelingen mogen alleen worden vastgezet in detentie als dit effectief is voor uitzetting en als er geen doeltreffende alternatieven zijn.

Dat schrijft de Adviescommissie Vreemdelingenzaken (ACVZ) in haar advies over vreemdelingenbewaring.

De commissie stelt vast dat het in de huidige situatie voorkomt dat vreemdelingen worden vastgehouden, zonder dat er zicht is op uitzetting.

Verder wordt er volgens de ACVZ te weinig gekeken naar alternatieven voor vreemdelingenbewaring en zijn er vreemdelingen vastgehouden terwijl duidelijk was dat het land van herkomst niet ging meewerken aan de terugkeer.

Dit zou worden gedaan om alsnog vrijwillige terugkeer af te dwingen, maar dit is volgens ACVZ 'geen proportioneel middel'.

Regelgeving

Er zou regelgeving moeten komen die detentie onmogelijk maakt als er "minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast", zo oordeelt de ACVZ.

Ook moet in het beleid worden opgenomen dat detentie een uitzonderingsmaatregel is en moet regelmatig worden gemonitord of vastzetting nog wel effectief is.

Uit cijfers zou blijken dat in de eerste drie maanden 81 procent aantoonbaar terugkeert, daarna keldert de effectiviteit van de detentie. Na een half jaar vertrekt nog slechts 17 procent.

Organisaties

De commissie adviseert om onafhankelijke organisaties die zich bezig houden met begeleiding van vreemdelingen bij hun terugkeer eerder en meer te betrekken, aangezien dit aantoonbaar effectief is om uitgeprocedeerden alsnog terug te laten keren.

Ook worden momenteel pilots uitgevoerd met alternatieven voor vreemdelingenbewaring. Over de effectiviteit hiervan is nog weinig bekend, maar ACVZ roept wel op deze alternatieven verder te ontwikkelen.

Alternatieven

De adviescommissie constateert een aantal knelpunten in het huidige beleid. Zo zouden de officieren die moeten oordelen over de detentie beperkte tijd hebben en niet voldoende zicht hebben op de alternatieven. Ook is in de wet niet duidelijk omschreven op welke gronden detentie niet kan worden opgelegd, zo oordeelt de commissie.

Verder sluiten de informatiesystemen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) onvoldoende op elkaar aan en worden advocaten te laat ingelicht over de detentie van de vreemdeling.