Premier Mark Rutte vindt de moties van wantrouwen die de afgelopen weken zijn ingediend tegen de staatssecretarissen Fred Teeven (Justitie) en Frans Weekers (Financiën) en minister Edith Schippers (Volksgezondheid) niet terecht.

Rutte zei dat vrijdag na de ministerraad.

De premier wilde zich niet uitspreken over de wijze waarop de Tweede Kamer in het algemeen omgaat met moties van wantrouwen.

Maar in de genoemde gevallen hebben de bewindslieden zich volgens hem overtuigend verdedigd tegen de verwijten aan hun adres.

Steun

Teeven, Weekers en Schippers kregen moties van wantrouwen aan hun broek van oppositiepartijen. Bij Teeven en Weekers ging het om een flink deel van de oppositie. Dankzij steun van de regeringsfracties werden de moties verworpen.

De drie bewindslieden zijn allemaal partijgenoten van VVD'er Rutte.

Asielzoeker

Teeven kreeg een motie van wantrouwen omdat er fouten waren gemaakt bij de opvang van een asielzoeker die zelfmoord pleegde. Bij Weekers ging het om fraude met zorg- en huurtoeslagen, bij Schippers om zorgfraude.

Dat er steeds meer publiciteit is over fraude, komt volgens Rutte doordat er meer gebeurt aan het opsporen ervan. ''Als je het niet opspoort, vind je het niet en weet je het niet.''

Dit leidt volgens de premier tot de ''paradox'' dat burgers zich meer ergeren aan fraude omdat de media er meer over berichten. Volgens Rutte gebeurt dat laatste overigens wel op een manier die ''in balans'' en fatsoenlijk is.