Veertien leden van de Eerste en Tweede Kamer leggen bij de inhuldiging van koning Willem-Alexander geen eed of belofte af. Dat zei voorzitter van de Eerste Kamer Fred de Graaf zondag in Buitenhof.

Een deel is wel aanwezig op 30 april, maar legt geen eed af.

De Graaf zei dat parlementariërs alleen zouden moeten komen als ze ook de eed willen afleggen. Bij de inhuldiging van koningin Beatrix in 1980 was er een eedweigeraar minder.

Onder de veertien zijn in ieder geval de SP-Kamerleden Sadet Karabulut en Farshad Bashir, die eerder al aankondigden geen eed af te leggen. Ook de drie leden van de Partij voor de Dieren leggen op 30 april geen eed van trouw aan de koning af.

Verder hebben vier leden van GroenLinks aangekondigd de eed niet af te leggen. Het is niet bekend wie er nog meer geen eed afleggen of niet aanwezig zijn.

Niet verplicht

Het afleggen van de eed of belofte is niet verplicht. Het heeft geen juridische betekenis, maar is vooral bedoeld om 'uiting te geven aan de onderlinge verbondenheid van de koning met de volkeren van het koninkrijk, belichaamd in de parlementen van de landen van het koninkrijk', schreef premier Mark Rutte eerder in antwoord op Kamervragen.

De Graaf vindt dat alle parlementariërs een eed moeten afleggen. "In 1992 hebben de Eerste en Tweede Kamer unaniem afgesproken dat de eed van de koning wordt beantwoord met een eed van de Kamers."

"Het is een bevestiging van de band tussen de koning en de volkeren in het koninkrijk. Het is een heel ander soort eed dan de eed bij het intreden in de Tweede Kamer."

Lees alles over de Troonswisseling