Het FNV-voorstel om 60-plussers gedeeltelijk te laten stoppen met werken om plaats te maken voor jongeren is een ''mooi plan''.

PvdA-Tweede Kamerlid Mariëtte Hamer zei dat woensdag in een overleg met minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken over de jeugdwerkloosheid.

Ze riep het kabinet op om het serieus te nemen. De FNV wil arbeidsduurverkorting inzetten voor de periode tot 2016. Ze wijst erop dat jongere werknemers door de economische crisis moeilijk weer aan de slag komen als ze werkloos worden.

De vakcentrale heeft haar voorstel, waarin ook sprake is van deeltijd-WW, ingebracht in het sociaal overleg met werkgevers. Hamer wees erop dat zij in het verleden ook voor een dergelijk 'generatiepact' heeft gepleit.

Pleiten

Desgevraagd voegde ze eraan toe dat ze geen oordeel heeft willen uitspreken over alle onderdelen van het FNV-plan. ''Ik zeg niet dat arbeidsduurverkorting in alle sectoren en alle omstandigheden de oplossing is. Het is goed dat de FNV aandacht besteedt aan de werkloosheid van jongeren en ouderen en de samenhang daartussen, maar ik ga nog geen plussen en minnen geven bij de afzonderlijke voorstellen.''

Ook GroenLinks is er enthousiast over. Asscher wilde niet reageren om het sociaal overleg niet te doorkruisen. Ook de werkgevers wilden er niet op ingaan.

Ambassadeur

Het overleg van de Kamer met Asscher ging over de aanpak van de jeugdwerkloosheid. Alle fracties toonden zich ingenomen met de benoeming van Mirjam Sterk tot ambassadeur voor de jeugdwerkloosheid.

Het vroegere CDA-Kamerlid moet onder meer bij gemeenten en werkgevers gaan aandringen op werkplekken voor jongeren.

Asscher vond het niet zinnig om nu in te gaan op financiële wensen uit de Kamer voor de strijd tegen de werkloosheid. Hij wil eerst de uitkomst van het sociaal overleg afwachten.

'Plussen of minnen'

Een woordvoerder van de PvdA laat aan NU.nl weten dat Hamer genuanceerder is.

Ze zou het in zijn algemeenheid goed vinden dat het FNV met een plan komt dat "zowel aandacht besteed aan de werkloosheid van jongeren en ouderen en de samenhang daartussen", maar dat zij vooruitlopend op het sociaal overleg "geen plussen of minnen zet bij de afzonderlijke voorstellen".