Vorig jaar zijn 3700 woningeigenaren blijven zitten met een restschuld. Ze kregen het niet voor elkaar de restschuld met spaargeld af te lossen of mee te financieren in een nieuwe hypotheek.

Ook werd hun restschuld niet door de Nationale Hypotheekgarantie overgenomen. Dat schrijft minister Stef Blok (Wonen) vrijdag aan de Tweede Kamer.

De gemiddelde restschuld van deze woningeigenaren kwam uit op 60.000 euro. Blok baseert zich op gegevens van de Nederlandse Vereniging van Banken. Hij gebruikt de informatie als een nulmeting, om later te kunnen controleren of het lukt om het aantal restschulden terug te dringen.

Blok

Blok gebruikt daarvoor ook cijfers van het Waarborgfonds Eigen Woningen. Dat houdt bij hoeveel huishoudens een restschuld overhouden na een gedwongen verkoop van een woning. Dat waren er in 2012 3576, waaraan gemiddeld 34.300 euro is uitgekeerd.

De meeste huishoudens (ruim 2100) raakten in de problemen na het beëindigen van een relatie. Ook raakten mensen hun baan kwijt (569) en was er sprake van wanbetaling (763).

Blok wijst erop dat de cijfers van de Vereniging van Banken en het Waarborgfonds niet met elkaar te vergelijken zijn. Hij gaat begin 2014 nog eens naar de cijfers kijken.

Onderwaarde

Uit de meest recente cijfers van het CBS bleek eerder deze maand dat sinds 2008 tot eind 2011 het aandeel huishoudens met een woning met onderwaarde bijna verdubbelde, van 13 procent tot 25 procent. De huizenprijzen zijn sinds eind 2011 verder gedaald.