De rijkssubsidie voor het openbaar vervoer is de afgelopen jaren verdubbeld terwijl het aantal reizigers nauwelijks is gestegen. 

De uitgaven aan het openbaar vervoer (met uitzondering van de trein) stegen van 2004 tot 2010 met 105 procent tot 1,9 miljard euro.

Het aantal kilometers dat alle reizigers samen met bus, tram en metro aflegden steeg met maar vijf procent, blijkt volgens het Financieele Dagblad uit een studie van SEO Economisch Onderzoek.

De provincies en stadsregio's, die verantwoordelijk zijn voor het openbaar vervoer, zouden nauwelijks op de kosten letten.

Er worden vooral eisen gesteld aan de dienstregeling, de milieuvriendelijkheid en de aanwezigheid van wifi, maar de vervoerders hoeven de kosten volgens het onderzoek vaak niet te onderbouwen.

De provincies en stadsregio's zouden niet erg geïnteresseerd zijn in de kosten omdat het rijk de rekening voor het grootste deel betaalt.

Concurrentie

De kosten zouden ook oplopen doordat van concurrentie nauwelijks sprake zou zijn. Bij een op de vijf aanbiedingen is er volgens het onderzoek maar één bieder. In de meeste grote steden is geen sprake van concurrentie en mag maar één vervoerbedrijf actief zijn.

Zo'n zestig procent van de 1,9 miljard euro rijkssubsidie gaat naar de stadsregio's. De reizigers dragen met de aankoop van kaartjes minder dan dertig procent van de eigenlijke kosten van het stedelijk openbaar vervoer bij.

Het is niet duidelijk of het extra geld in betere trams en bussen is gaan zitten of in extra winst voor vervoerders als Connexxion, Veolia en Arriva. Hun moedermaatschappijen maken meestal niet bekend wat de resultaten in Nederland zijn.

Helderheid

In de Tweede Kamer willen onder meer VVD, PvdA, SP en D66 snel helderheid over de regionale aanbestedingen en de gevolgen daarvan.

''We moeten kijken hoe we kwaliteit kunnen krijgen in combinatie met meer reizigers'', stelt VVD-Kamerlid Betty de Boer. Volgens haar is het belangrijk om lessen te trekken uit de situatie rond tram en bus, zodat ook aan de NS betere eisen kunnen worden gesteld. ''Zo zou het aantal reizigers een veel dwingender eis moeten zijn.''

Ook Duco Hoogland van coalitiegenoot PvdA stelt dat de marktwerking niet is geworden van wat er eerder van werd verwacht.

Hij vindt het daarom goed dat er een landelijk kader voor tarieven komt, waar iedereen zich aan moet houden. Ook moeten vervoerders volgens hem veel meer gaan samenwerken, iets waar staatssecretaris Wilma Mansveld (Openbaar vervoer) ook al op hamert.

Zorgvuldig

Stientje van Veldhoven van D66 vindt dat het niet zo kan zijn dat gemeenten en provincies minder zorgvuldig zijn met het geld omdat een groot deel van de rijksoverheid komt. Ze wil een debat om meer te weten te komen over de cijfers.

''Het kan zijn dat de kosten stijgen omdat we nu beter openbaar vervoer hebben en dat het aantal reizigers nog na-ijlt. Het is natuurlijk een ander verhaal als er enorme winsten worden gemaakt'', stelt ze.

En daar zit ook volgens Farshad Bashir van de SP het probleem. ''De vervoerders hoeven geen inzicht te geven over waar de winst naartoe gaat. We hadden al langer een vermoeden dat het vervoer duurder was geworden, maar nu hebben we ook bewijs.'' De SP wil toe naar een totaal ander systeem voor het ov, waardoor de overheid veel meer grip krijgt op de kosten.