DEN HAAG - Ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse handel combineren is lang niet zo makkelijk als het kabinet denkt.

Dat stellen experts woensdag in het vakblad Vice Versa over de portefeuille van minister Lilianne Ploumen.

Volgens hoogleraar ontwikkelingsstudies Paul Hoebink levert de combinatie hulp en handel ''altijd spanningen op''. ''Bij handel gaat het om Nederlands eigenbelang, bij ontwikkelingssamenwerking om heel andere dingen. Het is een misvatting om te denken dat het heel makkelijk combineert.''

Ook ontwikkelingseconoom Paul Collier vindt een samenvoeging van hulp en handel geen goed idee. Hij spreekt van een giftig mengsel, dat oneerlijke competitie en inefficiëntie bij lokale bedrijven in de hand zou werken. ''Door de twee tegengestelde belangen te combineren zal Nederland het Chinese model van buitenlandpolitiek volgen, dat handelsbelangen vermomt als ontwikkelingshulp'', zegt Collier.

Getouwtrek

GroenLinks-fractievoorzitter Bram van Ojik stelt dat de portefeuille van Ploumen altijd onderhevig zal zijn aan getouwtrek tussen VVD en PvdA. ''Voor de VVD betekent de combinatie dat we bij ontwikkelingssamenwerking ook steeds de handelsbelangen van Nederland een rol laten spelen. Voor de PvdA ligt het juist omgekeerd.''

Ook Bernard Wientjes, voorman van werkgeversorganisatie VNO-NCW, ziet dit gevaar. Ontwikkelingssamenwerking zou volgens hem weleens een ondergeschoven kindje kunnen worden. ''Ga niet over ontwikkelingssamenwerking praten als je op handelsmissie bent'', zegt hij.

Perspectief

Volgens Van Ojik moet Ploumen kleur bekennen. ''Je zult altijd een keuze moeten maken voor een perspectief. Welk belang staat er voorop?'' Hij vraagt zich af of hulp of handel dan aan het kortste eindje gaat trekken.

Sinds het aantreden van kabinet Rutte-II eind oktober is er voor het eerst een minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Voor die tijd was er een staatssecretaris belast met ontwikkelingshulp en was het ministerie van Economische Zaken er voor het deel over handel.