DEN HAAG - Premier Mark Rutte rekent op oppositiepartijen als D66, ChristenUnie en de SGP, maar ook op het CDA en op GroenLinks om het kabinet te helpen met het terugdringen van het begrotingstekort.

Dat zijn volgens de premier allemaal ''verantwoordelijke partijen'' die net als hij hechten aan ''solide overheidsfinanciën''.

Rutte zei dat vrijdag na de wekelijkse ministerraad. Hij reageerde op vragen over het woonakkoord dat het kabinet deze week sloot met D66, ChristenUnie en SGP.

Door dat akkoord bezuinigt het kabinet ongeveer 250 miljoen euro per jaar minder op de woningmarkt dan het wilde.

Het akkoord met D66, ChristenUnie en SGP geeft Rutte ''vertrouwen dat het mogelijk moet zijn om in de Eerste Kamer tot meerderheden te komen met partijen die ook de overheidsfinanciën op orde willen brengen''.

Nadeel

Rutte sloot zich aan bij PvdA-leider Diederik Samsom die eerder het woonakkoord beter noemde dan de afspraken uit het regeerakkoord. Groot nadeel is volgens de premier alleen dat het 10 procent minder oplevert dan het oude plan.

''Politiek is keuzes maken in tijden van schaarste. Er zijn veel briljante plannen, maar geld is er niet.''

CDA

Rutte ontkende dat hij zich zou hebben misrekend in de gesprekken met het CDA over de woningmarkt. Die waren volgens hem lang ''perspectiefrijk''.

Hij wees erop dat CDA-senaatsfractievoorzitter Elco Brinkman ook voorman is van Bouwend Nederland en ''zeer begaan met de woningmarkt''. Het kabinet was ook bereid tegemoet te komen aan een CDA-motie uit de Eerste Kamer, aldus de premier.

Hij leek te suggereren dat Brinkman en CDA-leider Sybrand Buma het niet eens konden worden over een akkoord met het kabinet.

''Uiteindelijk bleek dat de combinatie Eerste Kamer-Tweede Kamer bij het CDA zei: nee, het gat is toch te groot. Dat mogen ze doen, dat is hun goed recht.''