DEN HAAG - Uitwonende studenten zullen, vanaf studiejaar 2014-2015, 14.700 euro extra moeten gaan financieren voor een 4-jarige opleiding.

Dat maakte minister Jet Bussemaker (Onderwijs) vrijdag bekend na afloop van de wekelijkse ministerraad. Ze heeft een zogeheten hoofdlijnenbrief over het leenstelsel naar de Tweede Kamer gestuurd.

De coalitiepartijen hebben bij de formatie afgesproken dat de basisbeurs verdwijnt en wordt vervangen door een leenstelsel. Huidige studenten houden hun beurs.

Het leenstelsel gaat vanaf 2014-2015 ook gelden voor studenten die beginnen aan een masteropleiding.

Investering

De eigen bijdrage van studenten moet jaarlijks 1,2 miljard opleveren. Dit bedrag zal volgens de minister worden geïnvesteerd in onderwijs en onderzoek.

De studenten kunnen het bedrag lenen tegen een gunstige rente, momenteel staat deze op 0,6 procent. De aanvullende beurs voor studenten met ouders die niet meer dan 46.000 euro verdienen blijft bestaan.

Een student mag zijn schuld aflossen over een periode van 15 jaar. Ook mag hij de aflossing in totaal 5 jaar opschorten.

"Als je bedenkt dat afgestuurde hbo'ers en wo'ers gemiddeld anderhalf keer meer verdienen dan anderen is dat bedrag maar een buitengewoon beperkt deel", aldus de minister. "En een betere investering in jezelf is bijna niet denkbaar."

Rechtvaardig

Volgens Bussemaker is een studie in het hoger onderwijs "een investering in jezelf" en daarom is het gerechtvaardigd om studenten een hogere bijdrage te vragen.

"Hoger opgeleiden verdienen gemiddeld anderhalf tot twee keer zoveel als iemand met een mbo-opleiding. Het is dus gerechtvaardigd om van studenten een hogere eigen bijdrage in hun levensonderhoud te vragen, om zodoende geld vrij te kunnen maken voor extra investeringen in onderwijs en onderzoek", aldus de minister.

Schulden

Vanuit de Tweede Kamer kwam er afgelopen tijd kritiek op de plannen rond het leenstelsel voor studenten. Met name SP, PVV, CDA en de ChristenUnie vinden het gevaarlijk om jongeren te confronteren met schulden, zeker in economisch onzekere tijden.

Bussemaker noemde de kritiek dat het leenstelsel zorgt voor leenangst en daardoor de toegankelijkheid afneemt, destijds 'bangmakerij'.

Ze stelt dat ervaringen in het buitenland hebben aangetoond dat de toegankelijkheid van het onderwijs niet in gevaar komt door het vervangen van de basisbeurs door het leenstelsel.

Op verzoek van de Tweede Kamer zal ze wel monitoren hoe de invoering van het leenstelsel in de praktijk uitwerkt.

Oppositie

Bussemaker is voor een meerderheid afhankelijk van de oppositie, aangezien in de Eerste Kamer geen meerderheid is voor het leenstelsel. Ze wil daarom met de Tweede Kamer en met het onderwijsveld in overleg over de exacte invulling van het wetsvoorstel.

De minister wijst er vrijdag op dat ook GroenLinks en D66 voorstander zijn van een leenstelsel. Met name GroenLinks liet echter al weten niet in te kunnen stemmen met het voorstel zoals dat in het regeerakkoord is opgenomen.

"De essentie is dat we nu het inkomensonderhoud van studenten financieren. Dat willen we niet meer", aldus Bussemaker na de ministerraad.

Toegankelijkheid

GroenLinks-Kamerlid Jesse Klaver laat vrijdagmiddag weten dat het leenstelsel "alleen te verdedigen is als de kwaliteit en de toegankelijkheid  er op vooruit gaan".

Volgens hem kan dit door de aanvullende beurs te verhogen, het collegegeld te verlagen en de OV-kaart moet blijven.

"Studenten moeten vanaf het begin de voordelen genieten van deze maatregel", aldus Klaver.

Schuldenlast

ChristenUnie-Kamerlid Carola Schouten laat in een reactie weten een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer te willen organiseren om de gevolgen van de schuldenlast voor studenten te onderzoeken.

Ze wil hierbij naast de studentenorganisaties ook het Nibud en het Bureau Kredietregistratie (BKR) aan het woord laten.

Volgens SP-Kamerlid Jasper van Dijk worden vooral lage inkomensgroepen de dupe van de maatregel. "Studeren wordt weer een zaak van de elite", stelt hij.

Hij wijst er verder op dat het afschaffen van de ov-kaart studenten ook nog eens 1.500 euro per jaar kan kosten. Hierdoor zullen volgens hem studenten sneller kiezen voor een opleiding dicht bij huis.

Studiekeuze

De ministerraad stemde vrijdag ook in met het wetsvoorstel Kwaliteit in Verscheidenheid. Hierin staan maatregelen om studenten te helpen bij hun studiekeuze.

"Nu komt het nog te vaak voor dat een student zich inschrijft aan een opleiding, zonder goed te weten waar hij aan begint", aldus Bussemaker. "Dat leidt er soms toe dat een student een verkeerde keuze maakt, van studie moet wisselen en misschien zelfs uitvalt. Dat is zonde van de tijd en het geld."

Het voorstel geeft studenten de mogelijkheid om studieadvies te krijgen als zij zich voor 1 mei inschrijven. Dit kan in de vorm van een gesprek of proefcollege.

Maatwerk

Bussemaker hoopt daarnaast dat meer maatwerk er voor zorgt dat studenten beter op hun plek terecht komen. Zo komen er voor vwo'ers 3-jarige bacheloropleidingen op het hbo en wordt de 'associate degree' (Ad) ingevoerd. Deze titel is bedoeld om studenten te laten studeren, zonder dat ze de complete bachelor doorlopen.

De associate degree zou bijvoorbeeld mbo'ers de mogelijkheid geven om 2 jaar door te leren op het hbo.

Teleurgesteld

De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) laat in een reactie weten teleurgesteld te zijn dat Bussemaker alle adviezen van studenten de afgelopen maanden in de wind heeft geslagen.

"Je kunt niet de studiefinanciering en de OV-kaart afschaffen, het kamertekort op laten lopen en daarnaast weigeren geld uit te trekken voor de kwaliteit van het onderwijs", aldus LSVb-voorzitter Kai Heijneman. "Dit kabinet is zich niet bewust van de gevolgen van dit beleid voor studenten"

Verbaasd

Heijneman is het meest verbaasd over voornemen om ook de aanvullende beurs voor weigerachtige en onvindbare ouders af te schaffen. "Deze kwetsbare groep naast de basisbeurs ook nog eens de aanvullende beurs afpakken overschrijdt elke morele norm."

LSVb roept Bussemaker op om "haar huiswerk opnieuw doen" en zegt bereid te zijn "hierbij huiswerkbegeleiding te bieden".

Het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) stelt dat er vooral financiële keuzes worden gemaakt. Voorzitter Thijs van Reekum zegt sceptisch te zijn of de toegankelijkheid van het hoger onderwijs gewaarborgd kan worden.