DEN HAAG - Minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) gaat goed in de gaten houden of een nieuwe wet om fraude in de sociale zekerheid harder aan te pakken in de praktijk uitvoerbaar is.

Mocht blijken dat gemeenten of uitvoeringsinstanties als het UWV op problemen stuiten, dan stuurt hij bij. Asscher heeft dat woensdag toegezegd aan de Tweede Kamer.

Diverse fracties waren ongerust na kritiek van de Nationale ombudsman dat de nieuwe fraudewet, die op 1 januari ingaat, niet uitvoerbaar is.

De wet regelt dat mensen die frauderen met uitkeringen niet alleen het ten onrechte ontvangen bedrag moeten terugbetalen, maar ook een hoge boete krijgen. Bij herhaling wordt de boete nog hoger.

Beleidsruimte

Volgens de ombudsman hebben gemeenten en uitvoeringsorganen te weinig beleidsruimte als mensen per ongeluk hebben gefraudeerd, bijvoorbeeld door een formulier verkeerd in te vullen. Ook onder meer wethouders klagen daarover.

Asscher bestrijdt de kritiek. Volgens hem hebben de gemeenten wel degelijk uitvoeringsruimte. Maar die gaat niet zover dat gemeenten kunnen zeggen: we vinden bestrijding van fraude niet zo belangrijk.

De minister zei geen noodzaak te zien om de wet aan te passen, maar blijft wel in de gaten houden of hij werkt zoals hij bedoelt is.

Bewijslast

Asscher voelt er vooralsnog niets voor om bij hardnekkig misbruik van uitkeringen de bewijslast om te draaien. Kamerlid Pieter Heerma (CDA) had dat bepleit. Gemeenten klagen er volgens Heerma over dat de bewijsvoering bij misbruik van uitkeringen vaak moeilijk rond te krijgen is.

Maar de minister vindt het niet het geschikte moment om bovenop de nieuwe fraudewet die in aantocht is ook nog eens de bewijslast om te keren, al sluit hij dit voor de toekomst niet principieel uit. Heerma overweegt een motie in te dienen over het onderwerp.