AMSTERDAM - De koopkrachtdaling voor midden en lage inkomens is veel minder groot dan in eerdere berekeningen werd gesuggereerd.

Dat stelt het Nibud dat het gehele beleid uit het regeerakkoord doorrekende.

Inmiddels is bekend geworden dat VVD en PvdA kijken naar alternatieve maatregelen voor de inkomensafhankelijke zorgpremie. Het Nibud heeft de koopkrachtdaling nog berekend aan de hand van het totale regeerakkoord met de zorgpremie daar in verwerkt.

De plannen van het nieuwe kabinet kunnen leiden tot een koopkrachtverlies van maximaal 16 procent. Voor sommige groepen is er echter een plus van 5 procent.

'Werken loont'

De inkomensafhankelijke zorgpremie zorgt voor het koopkrachtverlies bij hogere inkomens. De koopkrachtdaling voor midden en lage inkomens zou minder hoog uitpakken omdat het instituut bij de berekening meer factoren heeft meegenomen, zoals de huurtoeslag.

"We zien dat over het algemeen dat het kabinet werken beloont. De meeste tweeverdieners gaan er op vooruit, ongeacht of ze kinderen hebben. Pas als het inkomen hoger wordt dan 75.000 euro per jaar is er een koopkrachtdaling te zien", aldus het Nibud.

Zo gaat een stel dat 75.000 euro en 30.000 euro verdient en twee kinderen heeft er 5,1 procent op achteruit. Dat komt neer op 294 euro per maand. Een paar met twee kinderen en inkomens van 30.000 en 20.000 euro krijgen er 2,1 procent, of 75 euro per maand, bij.

Paren zonder kinderen met een alleenverdiener die met vervroegd pensioen (50.000 euro) is, zouden er 435 euro en genoemde 16,1 procent op achteruitgaan. Een alleenstaande ouder met twee kinderen en een inkomen van 30.000 euro zou er 5 euro op vooruitgaan, dus 0,2 procent.

Relevant

Volgens Wilmink zijn de berekeningen nog wel relevant, ondanks het feit dat VVD en PvdA inmiddels om tafel zitten om de inkomensafhankelijke zorgpremie te vervangen door andere maatregelen. ''Deze cijfers kunnen de basis zijn voor het berekenen van nieuwe situaties'', stelde de directrice. ''Ze kunnen helpen om te kijken hoe het beleid had uitgepakt.''

Het Nibud ging niet in op de vraag of de ophef van de afgelopen dagen terecht is geweest. ''We hadden graag eerder meegewerkt aan berekeningen'', was alles wat het Nibud daarover kwijt wilde.

Bijstand en AOW

Mensen zonder werk lijken er eerder op achteruit te gaan. Een alleenstaande ouder met één kind en bijstand zou er 100 euro per maand op achteruitgaan door onder meer het wegvallen van de zorgtoeslag en de lagere kinderbijslag. Een alleenstaande AOW'er zou zo'n 120 euro per maand moeten inleveren.

Het hardst geraakt worden ouderen die vervroegd met pensioen zijn gegaan: zij leveren bijna 15 tot 16 procent in. Dat komt omdat de aanvullende pensioenen dalen terwijl de prijzen stijgen en omdat ze een inkomensafhankelijke zorgpremie zouden moeten betalen terwijl de zorgtoeslag verdwijnt.