AMSTERDAM - De strengere aanpak van faillissementsfraude die het ministerie van Veiligheid en Justitie beloofde, heeft weinig opgeleverd.

Dat schrijft het Financieele Dagblad. Bij faillissementsfraude worden schuldeisers van een failliet bedrijf op een strafbare manier benadeeld.

Op 1 juli 2011 werd een nieuwe wet en een nieuw controlesysteem ingevoerd. Toch hebben bekende faillissementsfraudeurs de ene na de andere rechtspersoon kunnen oprichten. Die rechtspersonen zijn inmiddels betrokken bij meer dan twintig faillissementen, blijkt uit onderzoek van de krant.

Een faillissementsfraudeur, die bekend is bij het ministerie, meermalen is veroordeeld en recent twee keer privé failliet is verklaard, kon de afgelopen 16 maanden 26 rechtspersonen oprichten. Drie daarvan gingen failliet.

Een ander, die meerdere keren persoonlijk failliet is verklaard en een strafblad heeft voor btw- en faillissementsfraude, richtte sinds 1 juli 2011 16 rechtspersonen op.

Orde van de dag

Fraude met failliete bedrijven is aan de orde van de dag, stelde de eerste Nederlandse hoogleraar faillissementsfraude Tineke Hilverda vorige maand tegenover NUzakelijk.

Bij ongeveer een kwart tot een derde van alle faillissementen zou er sprake zijn van fraude, zo’n 3000 gevallen per jaar. Volgens het ministerie van Veiligheid en Justitie lopen schuldeisers daardoor jaarlijks 1,7 miljard euro mis.

De hoogleraar is wel blij met het instellen van een centraal meldpunt faillissementsfraude en de langzame verruiming van de capaciteit bij het FIOD voor de zwaardere fraudegevallen. Die capaciteit is volgens haar echter nog steeds te klein.