DEN HAAG - Nederland zit niet te wachten op een aparte begroting voor de eurozone waarmee landen geholpen kunnen worden die in economisch zwaar weer zijn beland.

Er bestaan al genoeg instrumenten om bij te springen. Verder vindt Nederland dat landen er in de eerste plaats zelf voor moeten zorgen dat ze hun begroting op orde hebben.

In een brief die staatssecretaris Ben Knapen (Buitenlandse Zaken) maandag naar de Tweede Kamer stuurde, noemt hij een zogeheten begrotingscapaciteit voor de eurozone ''onnodig".

Het kabinet reageert daarmee op een rapport van EU-president Herman Van Rompuy. Daarin doet hij een aantal voorstellen om de EU-landen op economisch en monetair gebied verder samen te laten werken.

Strengere aanpak

Nederland pleit al langer voor een strengere aanpak van landen die zich te veel in de schulden steken. Door met een nieuwe voorziening voor eurolanden te komen, zou de prikkel voor landen om verstandig met de centen om te gaan verdwijnen, meent Den Haag.

Ook is nog onduidelijk hoe een aparte eurobegroting zich verhoudt tot bijvoorbeeld het permanente noodfonds ESM of de huidige meerjarenbegroting van de hele EU.

Bang

Als de nieuwe begroting buiten de al bestaande EU-begroting komt te staan, is Nederland bang meer geld aan Europa kwijt te zijn, terwijl het kabinet er juist op uit is minder af te dragen aan de Europese begroting.

Van Rompuy spreekt ook van contracten die de 17 eurolanden kunnen sluiten met EU-instellingen over hun economisch hervormingsbeleid. Als dit voorstel alleen betrekking heeft op landen die zich niet aan de afspraken houden, sluit dit volgens het kabinet aan bij eerdere Nederlandse voorstellen.

Niet voorzien

Eind deze week overleggen regeringsleiders en staatshoofden over het rapport van Van Rompuy, maar besluiten worden niet voorzien. Pas in december wordt duidelijk hoe het verder gaat met de plannen.

De Tweede Kamer komt deze week niet terug van reces voor een debat met het kabinet over de brief van Knapen. Te weinig fracties waren daarvoor. Wel gaan de Kamerleden die zich bezighouden met de EU het kabinet schriftelijke vragen stellen.